Psychosociale effecten van slechthorendheid, inzichten
van professor Sophia Kramer (Amsterdam UMC)
(bron: Nieuwsbrief Hoormij-NVVS, 3 maart 2026)
Tijdens de wintervergadering van de Nederlandse Vereniging voor Audiologie op 13 februari 2026 sprak prof. dr. Sophia E. Kramer (Amsterdam UMC) over de psychosociale effecten van slechthorendheid. Haar onderzoek laat zien dat gehoorverlies invloed heeft op energie, welzijn en meedoen in het dagelijks leven staat deze techniek nog in de kinderschoenen en is ze voorlopig enkel in klinische studies beschikbaar.
Slechthorendheid hangt samen met meer depressieve klachten en eenzaamheid, maar ook met minder regiegevoel en een kleiner sociaal netwerk. De impact verschilt per levensfase; revalidatie helpt, maar neemt niet alle gevolgen weg.
Sophia Kramer begon haar presentatie met onderzoek waarin gehoorverlies werd vergeleken met andere chronische aandoeningen. Daaruit bleek dat slechthorendheid samenhing met meer depressieve klachten en eenzaamheid, maar ook met minder zelfeffectiviteit, minder gevoel van regie en een kleiner sociaal netwerk. Opvallend was dat deze verbanden niet alleen vergelijkbaar waren met die van aandoeningen als diabetes, hart en longziekten of beroerte, maar in meerdere gevallen sterker en consistenter. Gehoorverlies bleek daarmee een van de chronische aandoeningen die het duidelijkst samenhing met psychosociaal functioneren.
Vervolgens verbond zij dit met het volksgezondheidsbeeld uit de Global Burden of Disease benadering. In de getoonde rangorde van aandoeningsgroepen naar ziektelast stonden “sense organ diseases” bij alle leeftijden op plaats 4. In de categorie 70 plus stonden “sense organ diseases” op plaats 2. Daarmee onderstreepte zij dat zintuigproblemen, inclusief horen, zwaar meetellen in de totale ziektelast.
Horen in rumoer als sleutel
Daarna zoomde Kramer in op het verstaan van spraak in achtergrondlawaai. In haar analyses ging het niet om het toonaudiogram (piepjestest), maar om de signaal ruisverhouding, de verhouding tussen spraak en achtergrondlawaai. Deze maat geeft aan hoe duidelijk spraak moet zijn ten opzichte van rumoer om nog 50 procent van de spraak te kunnen verstaan. Naarmate die verhouding ongunstiger werd, namen ook de problemen toe.
Kramer liet zien dat bij elke verslechtering van 1 decibel in signaal ruisverhouding de klachten toenamen. Het ging om een samenhang met eenzaamheid, stress, somatisatie, depressie en angst. Zij liet op de dia ook kort zien wat daar in de vragenlijsten mee werd bedoeld, bijvoorbeeld eenzaamheid met emotionele en sociale aspecten, stress met gespannen zijn, snel geïrriteerd raken en moeite met inslapen, somatisatie met lichamelijke klachten zoals hoofdpijn, misselijkheid, buikpijn en zweten, depressie met weinig zin hebben en negatieve gedachten, en angst met aanhoudende angstgevoelens en het vermijden van situaties. De analyses waren gecorrigeerd voor onder meer leeftijd, geslacht en opleidingsniveau. Het betrof samenhang en geen bewijs voor oorzaak en gevolg, maar de kernboodschap bleef overeind: moeite met verstaan in lawaai hangt samen met psychosociaal welzijn.
Overzicht van leeftijdsverschillen in de samenhang tussen slechthorendheid en psychosociale klachten. In de groep 40 tot en 49 jaar zijn verbanden met meerdere uitkomsten tegelijk het duidelijkst zichtbaar, terwijl dit patroon per leeftijdsgroep verschilt.
Niet voor elke leeftijdsgroep hetzelfde patroon
Kramer liet vervolgens zien dat deze verbanden niet in elke levensfase hetzelfde zijn. Zij vroeg het publiek eerst te raden in welke leeftijdsgroepen de samenhang met de klachten het sterkst zou zijn. Dat bleek minder voorspelbaar dan gedacht.
Wat bleek: juist in de groep met een leeftijd tussen de 40 en 49 jaar kwam een verband naar voren met stress, depressie en angst. In andere leeftijdsgroepen lag het patroon anders en waren minder factoren tegelijk betrokken. Opvallend was dat in de groep tussen de 60 en 69 jaar geen duidelijk verband werd gevonden tussen slechthorendheid en klachten als stress, somatisatie, eenzaamheid, depressie en angst.
Als mogelijke verklaringen noemde Kramer drie factoren voor het sterkere verband in de groep 40 tot 49 jarigen. Zij hebben weinig leeftijdsgenoten in de omgeving met gehoorproblemen, zij zitten vaak in een drukke levensfase met carrière en werkverantwoordelijkheden, en zij merken mogelijk een eerste duidelijke achteruitgang van het gehoor. Juist in een periode waarin de eisen hoog zijn, kan gehoorverlies extra impact hebben.
Prof. dr. Sophia E. Kramer licht toe hoe verminderd spraakverstaan kan leiden tot extra luisterinspanning, stress en uiteindelijk vermoeidheid, met risico op vermijdingsgedrag en sociale isolatie.
Luisterinspanning als brug naar vermoeidheid
Een ander belangrijk onderwerp in de lezing was luisterinspanning. Gehoorverlies leidt tot minder goed spraakverstaan. Mensen gaan compenseren. Zij zetten extra concentratie in. Dat vergroot de mentale belasting en kan stress oproepen.
Op termijn kan die verhoogde inspanning leiden tot vermoeidheid. Vermoeidheid kan ertoe leiden dat iemand sociale situaties gaat vermijden. Dat vergroot het risico op eenzaamheid en uiteindelijk sociale isolatie. Dit model maakt begrijpelijk waarom iemand met ogenschijnlijk redelijk verstaan toch uitgeput kan raken van een werkdag of sociale bijeenkomst. Het gaat niet alleen om wat er wordt gehoord, maar om de energie die het kost.
Prof. dr. Sophia E. Kramer licht een opvallend resultaat toe uit onderzoek naar werk en welzijn, CI gebruikers rapporteerden op meerdere punten gunstiger uitkomsten dan hoortoestelgebruikers.
Herstel na het werk
Kramer stond ook stil bij herstelbehoefte na een werkdag. Zij gebruikte een vragenlijst met uitspraken als “Aan het einde van een werkdag ben ik echt op” en “Ik vind het moeilijk om te ontspannen aan het einde van een werkdag”. Een hogere score betekent een grotere behoefte aan herstel.
In haar analyses bleek slechter horen samen te hangen met een hogere herstelbehoefte. Ook over een periode van vijf jaar werd een verband gezien: wanneer het gehoor verslechterde, nam de herstelbehoefte toe. Dit sluit aan bij het idee dat langdurige luisterinspanning zich vertaalt in minder energie en meer behoefte aan rust.
Het effect van revalidatie
Daarna verschoof de aandacht naar revalidatie met hoortoestellen en cochleaire implantaten. Kramer verwees naar resultaten uit de ACHIEVE studie en uit haar eigen longitudinale cohort.
Zij liet zien dat revalidatie een positief effect kan hebben op vermoeidheid en op eenzaamheid. Op andere uitkomsten, zoals brede psychosociale gezondheid, herstelbehoefte en kwaliteit van leven, werden in de gepresenteerde studies geen effecten gevonden. De boodschap was genuanceerd. Hoorhulpmiddelen verbeteren het horen en kunnen bepaalde klachten verminderen, maar lossen niet automatisch alle psychosociale problemen op.
Werk en welzijn, verschillen tussen cochleair implantaat en hoortoestel
In het laatste deel van haar lezing ging Kramer in op werkparticipatie en welzijn op het werk. Zij vergeleek drie groepen werkenden: gebruikers van een cochleair implantaat, slechthorenden met hoortoestel en normaalhorenden.
Opvallend was dat gebruikers van een cochleair implantaat op meerdere werkgerelateerde domeinen gunstiger uitkomsten rapporteerden dan slechthorenden met hoortoestellen. Zij ervaarden minder omgevingslawaai, minder psychosomatische klachten, betere concentratie en minder herstelbehoefte. Ook rapporteerden zij minder behoefte aan begeleiding.
Kramer liet ook zien dat beide groepen in de praktijk vaak extra hulpmiddelen gebruiken, zoals streaming, solo apparatuur en een hoofdtelefoon. Daarnaast kwamen vragen aan bod over aanpassingen op de werkplek, zoals het veranderen van baan, het aanpassen van taken of het overplaatsen naar een andere afdeling. In de getoonde vergelijking tussen cochleair implantaat en hoortoestel waren die verschillen niet statistisch overtuigend.
Volgens Kramer is het verschil tussen de groepen niet eenvoudig terug te brengen tot spraakverstaan alleen. Zij zette een reeks mogelijke verklaringen naast elkaar. Acceptatie kan meespelen, net als de langere duur van slechthorendheid bij sommige gebruikers, het implantaat zelf, minder onzekerheid over verdere achteruitgang van het gehoor, en het effect van uitgebreide counseling en training in het revalidatietraject. Zij koppelde dit aan een breder beeld van arbeidswelzijn als samenspel van factoren, waaronder omgevingslawaai en galm, kunnen concentreren, sociale interacties en steun van collega’s, onderbrekingen op het werk, werk privé balans, psychosomatische klachten en algemene gezondheid. In dat rijtje noemde zij ook coping, de manier waarop iemand omgaat met beperkingen en stressoren, bijvoorbeeld door strategieën te kiezen, hulp te organiseren en grenzen te bewaken.
Meer dan het audiogram
De lezing maakte duidelijk dat slechthorendheid meer is dan een afwijking op het audiogram. Het raakt energie, concentratie, sociale deelname en functioneren op het werk. De samenhang verschilt per leeftijdsgroep. Revalidatie heeft effect, waarbij de gepresenteerde studies vooral verbeteringen lieten zien bij vermoeidheid en eenzaamheid, en geen aantoonbaar effect bij bredere psychosociale gezondheid, herstelbehoefte en kwaliteit van leven.
Voor onderzoekers geeft dit richting aan vervolgvragen. Voor audiciens en KNO-artsen onderstreept het belang van aandacht voor vermoeidheid, coping en begeleiding. Voor slechthorenden bevestigt het dat vermoeidheid en psychosociale belasting geen aanstellerij zijn, maar meetbare fenomenen die samenhangen met hoe goed iemand spraak kan volgen in een wereld vol lawaai.
Oproep deelname Nationale Longitudinale Studie naar Horen
De in dit artikel besproken Nationale Longitudinale Studie naar Horen onderzoekt de gevolgen van gehoorverlies en welke maatregelen deze gevolgen kunnen beperken of ombuigen. Slechthorenden die willen bijdragen aan dit grootschalige wetenschappelijke onderzoek kunnen zich aanmelden via de website van de Nationale Longitudinale Studie naar Horen.µ
Wil je mee doen aan dit onderzoek, schrijf je dan in via Hooronderzoek.nl