Simon Sinnaeve (Trellis Research group, KU Leuven), informeert
ons over 'Gentherapie: virussen inzetten tegen erfelijk gehoorverlies'.
Gentherapie wordt steeds vaker onderzocht als een manier om aandoeningen bij de bron aan te pakken. Ook voor gehoorverlies opent dit nieuwe perspectieven: in plaats van de gevolgen van genetische afwijkingen in het binnenoor te compenseren, probeert men de onderliggende oorzaak zelf te corrigeren. Dit artikel biedt een toegankelijke introductie tot wat gentherapie is, hoe genetische informatie in lichaamscellen wordt afgeleverd en waarom het binnenoor een bijzonder interessant doelwit vormt voor deze aanpak. Toch staat deze techniek nog in de kinderschoenen en is ze voorlopig enkel in klinische studies beschikbaar. Daarom is gentherapie vandaag nog geen standaardbehandeling in de kliniek.
Wat is gentherapie?
Gentherapie vertrekt van een eenvoudig idee: wat als we niet langer alleen de gevolgen van een aandoening behandelen, maar rechtstreeks ingrijpen op de genetische oorzaak ervan? Om dat beter te begrijpen, is het belangrijk kort stil te staan bij DNA. Elke cel in ons lichaam bevat DNA, het biologische “instructieboek” dat bepaalt hoe cellen functioneren. Het DNA is opgebouwd uit verschillende genen of “instructies”. Wanneer een fout in dat instructieboek ervoor zorgt dat bepaalde instructies niet correct worden uitgevoerd, kunnen cellen hun taak niet meer goed vervullen. In het binnenoor kan dat leiden tot gehoorverlies. Gentherapie probeert in zulke situaties een werkende genetische instructie (gen) aan te bieden aan de cellen die deze instructie missen of bij wie ze niet goed werkt. Het idee is conceptueel eenvoudig, maar de uitvoering is technisch bijzonder complex. De grootste uitdaging is dan ook: hoe krijg je die genetische informatie veilig en gericht in de juiste cellen?
Hoe werkt gentherapie in grote lijnen?
Cellen zijn goed beschermd en laten niet zomaar vreemd materiaal binnen. Om genetische informatie toch tot in de cel te brengen, maken onderzoekers op creatieve wijze gebruik van biologische “koeriers”. Meestal gaat het dan om virussen die zorgvuldig onschadelijk zijn gemaakt en enkel nog dienstdoen als transportmiddel. Virussen zijn van nature zeer efficiënt in het binnendringen van menselijke cellen. Normaal gezien brengen ze hun eigen genetisch materiaal binnen om zich te vermenigvuldigen. In gentherapie wordt dat virale genoom verwijderd en vervangen door een therapeutisch gen. Zo ontstaat een zogenoemde virale vector: een virus dat geen ziekte meer kan veroorzaken, maar wel genetische informatie kan afleveren. Eenmaal in de cel kan deze nieuwe genetische instructie het foutieve of ontbrekende gen ondersteunen, waardoor de cel opnieuw beter kan functioneren. Gentherapie is dus geen “medicijn” in de klassieke zin, maar een manier om het lichaam zelf te helpen herstellen door de juiste instructies aan te reiken; je zou het kunnen zien als een nieuwe pagina aan het instructieboek toevoegen.
Welke vormen van gehoorverlies komen (theoretisch) in aanmerking?
Het binnenoor, en meer bepaald de cochlea of het slakkenhuis, zet geluidstrillingen om in elektrische signalen die via de gehoorzenuw naar de hersenen worden gestuurd. Deze omzetting gebeurt door gespecialiseerde sensorische cellen: de haarcellen. Wanneer deze cellen beschadigd raken of niet correct functioneren, ontstaat gehoorverlies. Niet elk type gehoorverlies leent zich in dezelfde mate voor gentherapie. Of deze aanpak theoretisch toepasbaar is, hangt af van meerdere factoren: de oorzaak van het gehoorverlies, het moment waarop het ontstaat en de toestand van de cellen in het binnenoor. Het huidige onderzoek richt zich vooral op monogenetische (door de fout in één gen), niet-syndromale (gehoorverlies dat niet samengaat met andere duidelijke medische problemen) vormen van perceptief gehoorverlies. In deze gevallen is één specifiek gen aangetast, terwijl de haarcellen vaak nog aanwezig zijn maar niet optimaal functioneren. Dat maakt gerichte genetische correctie in theorie mogelijk.
Timing speelt hierbij een cruciale rol. Bij aangeboren of vroeg ontstane doofheid geldt: hoe eerder de genetische fout wordt aangepakt, hoe groter de kans op een normale verdere ontwikkeling van het gehoorsysteem. Wanneer haarcellen langdurig beschadigd zijn of volledig verdwenen, wordt herstel aanzienlijk moeilijker of zelfs onmogelijk. Ook het betrokken gen zelf is bepalend. Sommige genetische afwijkingen leiden tot ernstige structurele schade in het binnenoor, soms al vóór de geboorte. In andere gevallen blijft de schade wat beperkter, wat de kans op functioneel herstel theoretisch vergroot. Gentherapie is daarom veelbelovend, maar zeker geen universele oplossing.
Voor wie vandaag gehoorverlies heeft, blijven hoorapparaten en cochleaire implantaten de standaardbehandeling, maar gentherapie kan deze opties in de toekomst mogelijk aanvullen.
Bronnen & verder lezen:
[1] Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)
“Deafness and hearing loss”
https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/deafness-and-hearing-loss
[2] Pfizer Nederland
“Hoe krijg je gentherapie op maat?”
https://www.pfizer.nl/gentherapie/hoe-krijg-je-gentherapie-op-maat
[3] GeneHome
“Viral and Non-viral Vectors | Lentiviral, Adenoviral & AAV”
thegenehome.com
https://www.thegenehome.com/how-does-gene-therapy-work/vectors
[4] National Institute on Deafness and Other Communication Disorders (NIDCD – NIH):
“The Future of Gene Therapy for Hearing Loss”
https://www.nidcd.nih.gov/health/future-gene-therapy-hearing-loss
[5] Clinical Trials Arena
“Ten children born deaf can now hear after Refreshgene trial”
https://www.clinicaltrialsarena.com/news/ten-children-deaf-hear-clinical-trial/?cf-view
Zie ook:
“Gene Therapy for Genetic Hearing Loss” https://www.youtube.com/watch?v=fiKPI5MjsHs
“Clinical Trial with Gene Therapy Restores Hearing in Children”
https://www.youtube.com/watch?v=gO13SACrsoo

Simon Sinnaeve
PhD student
Trellis Research group, KU Leuven
https://www.trellisresearchgroup.be/