Bilaterale implantatie: informatie en publicaties

* Bilaterale Cochleaire Implantatie

17 september 2011: geschillencommissie geeft nog meer Nederlandse ouders gelijk in de vergoeding van een 2de CI
Na de uitspraak van juni 2010 (zie hieronder) gingen een aantal verzekeringen overstag, en vergoedde een 2e CI voor kinderen die aan dezelfde criteria voldeden. Er waren echter ook verzekeringen die bleven weigeren. Eén ouder die dat meemaakte, stapte opnieuw naar de geschillencommissie. De geschillencommissie gaf deze ouder gelijk: het kind voldeed aan genoemde criteria, en dus moet de verzekeraar de 2e CI vergoeden. Het bindend advies van 17-8-11 kunt u terugvinden op de website van de SKGZ. Klik hier om de uitspraak te downloaden.

Juni 2010: Nederlandse ouders winnen hun strijd tegen de zorgverzekering en de 2de CI wordt nu terugbetaald bij hun kind
De ouders van Mathilde waren ervan overtuigd dat hun dochter baat zou hebben bij een tweede CI. Ze gingen naar Belgïe. De geschillencommissie voor de zorgverzekeringen oordeelde deze zomer dat de ingreep inderdaad in het belang van het kind was en sommeerde de zorgverzekeraar om de kosten te vergoeden.Veel ouders willen voor hun kind een tweede CI. Voor een bepaalde groep kinderen is de recente uitspraak van betekenis. Kinderen t/m 8 jaar die hun eerste CI korter dan 2 jaar geleden kregen, kunnen nu bij hun verzekeraar vergoeding eisen. Voor meer informatie hierover verwijzen wij julie naar de website van OPCI: http://www.opciweb.nl

Op 20 juni 2010 verscheen door 'Doof.nl' een thema-uitgave over tweezijdige cochleaire implantatie.
Je kan het artikel hier downloaden.

Op 26 februari 2010 verscheen in de Volkskrant een uitgebreid artikel over 'het niet vergoeding van tweezijdige CI bij kinderen.
Je kan het artikel hier downloaden.

OPCI komt in actie voor vergoeding tweezijdige CI bij kinderen (10.02.10.)
Nederland is zolangzamerhand het enige land in Europa waar een 2e CI bij kinderen nog niet vergoed wordt. Het standpunt van het College van Zorgverzekeraars is dat het nut van een 2e CI niet wetenschappelijk onderbouwd is - daarom willen zij niet vergoeden.

De OPCI-werkgroep bilaterale CI heeft het standpunt van het College van Zorgverzekeraars, dat op 16 november 2009 bekend gemaakt werd, uitgebreid bestudeerd. De werkgroep is tot de conclusie gekomen dat het standpunt van het CvZ onhoudbaar en aanvechtbaar is, ieder geval voor wat betreft kinderen die tweezijdig volledig doof zijn.

Daarom komt OPCI, als belangenhartiger, in actie.

Eind januari 2010 schreef de werkgroep een brief aan minister Klink (klik hier om hem te lezen), met een oproep om het beleid aan te passen. De brief aan minister Klink kunt u hier lezen. Ook de vaste kamercommissie VWS werd benaderd. Benadrukt wordt, dat het geld dat nodig is voor tweezijdige implantatie van kinderen goed besteed is, omdat de ontwikkelingskansen flink toenemen, wat weer besparingen oplevert op de onderwijsbegroting, en in een later stadium op Wajong-uitkeringen.

Op dinsdag 16 februari 2010 ging de OPCI-werkgroep naar Den Haag om deze petitie aan te bieden aan de vaste kamercommissie VWS.

 

"Position Statement on Bilateral Cochlear Implantation"
Zowel de British Cochlear Implant Group (BCIP) als de William House Cochlear Implant Study Group hebben vrij recent de huidige stand van zaken op vlak van bilaterale implantatie in een tekst neergeschreven.
De BCIG zegt dat het ondertussen duidelijk is dat een tweede cochleair implantaat een meer-waarde heeft ten opzichte van een unilateraal implantaat:
-geluid kan beter gelokaliseerd worden;
-beter spraakverstaan in stilte;
-beter spraakverstaan in omgevingslawaai;
-de auditieve cortex wordt gestimuleerd vanuit beide oren;
-hiermee is het zeker dat het beste oor geïmplanteerd is;
-verbetering van de spraak- taal- en auditieve ontwikkeling bij kinderen;
-moest er één implantaat tijdelijk even uitvallen, je hebt altijd een reserve;
-muziek klinkt mooier;
-geluid en spraak klinkt ruimtelijker en daardoor natuurlijker
Bij doofgeworden volwassenen hebben deze voordelen tot gevolg dat zij onder andere in de werksituatie beter gaan functioneren. Kinderen zullen hierdoor een hoger schools niveau kunnen bereiken.
Bovenvermelde voordelen werden allemaal bewezen in degelijk wetenschappelijk onderzoek. De volledige tekst van de BCIP met de referenties naar de literatuur kun je downloaden via:
http://www.bcig.org.uk/downloads/pdfs/BCIG%20position%20statement%20-%20Bilateral%20Cochlear%20Implantation%20May%2007.pdf
De William House Cochlear Implant Study Group is samengesteld uit de meest vooraanstaande figuren uit de Verenigde Staten op vlak van bilaterale implantatie. Zij hebben de 22 voornaamste publicaties op dit vlak bestudeerd en zijn alzo tot een tekst gekomen. Die tekst werd vervolgens besproken op een bijeenkomst met 250 CI-professionelen. Dit leidde tot de definitieve tekst (de Position Statement) die in februari 2008 werd gepubliceerd in het tijdschrift Otology & Neuroto-logy, 29, p. 107-108. Ook zij wijzen erop dat twee-origheid een grote meerwaarde heeft ten opzichte van éénorigheid en dit vooral op vlak van spraakverstaan in omgevingslawaai en richtinghoren. De literatuur is het op dat vlak ook helemaal eens. Bilaterale implantatie moet volgens deze studiegroep dan ook sterk aanbevolen worden, zowel bij kinderen als bij bilateraal doofgeworden volwassenen.

Cursus in het Cochlear-Training and Education Centre te Mechelen (B) op 13 juni 2007
Het C-TEC te Mechelen organiseerde op woensdag 13 juni 2007 een Europese bijscholing rond Bilaterale Implantatie. Deelnemers uit Zweden, Finland, België, Israël, Engeland, Italië en de Arabisch Emiraten namen er aan deel.
C-TEC kiest er altijd voor om een beperkt aantal sprekers meer tijd te geven (40 à 50 min per presentatie) zodat de sprekers meer gedetailleerd op hun presentatie kunnen ingaan. Leo De Raeve van ONICI was ook hier één van de genodigde sprekers. Maar eerst kwam Josie Wyss aan bod, Senior Clinical Studie Specialist van Cochlear, Zwitserland, aan bod. Zij gaf een mooie inleiding over wat "binauraal horen" nu eigenlijk is. Aangezien haar presentatie heel fel te vergelijken was met de presentatie van Chris Durst op de studiedag in Nottingham (zie p.14) gaan we daar nu niet verder op in om herhaling te vermijden. Tracy Adams, Clinical Technical Specialist van Cochlear Europe Ltd, startte met ons te vertellen dat er op dit ogenblik wereldwijd al meer dan 5000 personen zijn met bilaterale implantaties. Bij de firma Cochlear zijn 64% van de bilaeraal geïmplanteerden, kinderen. In Europa zien we dat bilaterale implantaties vooral worden toegepast in Noorwegen, Zweden, Oostenrijk en Zwitserland. De reden is natuurlijk dat die landen bilaterale implantaties terugbetalen. In de andere Europese landen gebeurt dit niet, af alleen in bepaalde gevallen (b.v. na meningitis, bij Usher-syndroom), of in het kader van onderzoeksprojecten. Bij de kinderen die simultaan twee implantaties hebben gekregen, bedraagt de gemiddelde leeftijd slechts 1.6 jaar. Bij successieve implantaties bedraagt de gemiddelde leeftijd waarop het tweede implant werd geplaatst 8.6 jaar, wat dus een heel groot verschil is. In haar presentatie verwijst zij verschillende malen naar onderzoeken van Robert Peters uit Dallas, die een aantal voorwaarden voor bilaterale simultane implantaties aangeeft. Volwassenen zij best doofgewordenen die max 15 jaar niet goed horen en die voorafgaand twee hoorapparaten hebben gedragen. Zij mogen geen evenwichtsafwijking hebben en moeten beiderzijds over een normale cochlea beschikken. Met de hoorapparaten met (elk afzonderlijk) minder dan 30% van de spraak verstaan worden. Bij kinderen kunnen bilaterale implantaties simultaan zonder problemen uitgevoerd worden tussen de leeftijd van één en drie jaar. Er moet een bilaterale doofheid zijn en hoorapparaten moeten nauwelijks verbering geven. De cochlea's moeten normaal gevormd zijn en er mogen geen andere neurologische of medische problemen aanwezig zijn. Bovendien moeten de ouders bewust zijn van hun keuze en bereid zijn om intensief mee te werken aan afregeling en revalidatie. Tot slot benadrukte Tracy Adams nog, dat ouders van jonge dove kinderen eigenlijk niet kunnen wachten op toekomstige nieuwe technologieën zoals haarcelregeneratie, omdat dit waarschijnlijk nog 10 à 20 jaar zal duren en omdat nu de taalgevoelige periode van hun kind eraan komt. Dat er in de praktijk nog veel vragen zijn rond de begeleiding en de behandeling van kinderen met bilaterale implantaties werd door Leo De Raeve (ONICI) extra benadrukt. Er wordt zeer veel onderzoek gedaan naar de medische en technische kant van bilaterale implantaties, maar geen of nauwelijks onderzoek op vlak van begeleiding. Dit betekent dat in de praktijk mensen maar moeten doen, wat zij denken dat goed zal zijn. Als voorbeeld werd de begeleiding van bilateraal geïmplanteerden in KIDS-Hasselt besproken en hierover werd in groep van gedachten gewisseld, wat erg leerrijk was.
Ralf Greisiger, van het Universitair Ziekenhuis van Oslo (Noorwegen). Aangezien in Noorwegen bilaterale implantaties sinds 2005 worden terugbetaald, zijn de aantallen daar de laatste jaren enorm toegenomen. Zo werden in zijn ziekenhuis in 2006, 140 kinderen geïmplanteerd. Bij slechts 19 kinderen werd één inplant geplaatst, bij 25 kinderen werden twee implantaten tegelijkertijd geplaatst en 96 kinderen kregen hun tweede implantaat geplaatst. Tevens vertelde hij je moet opletten bij het afregelen van de tweede inplant, omdat de geïmplanteerde altijd de resultaten van de tweede CI gaat vergelijken met zijn eerste CI. Hij raadt dan ook aan om met CI2 alleen, niet te vlug op spraakniveau te gaan testen, omdat de personen dan vaak erg teleurgesteld zijn.
Volwassenen die hun tweede implant hebben gekregen, verplicht hij om de eerste dagen na de fitting enkel CI2 te dragen. Bij kinderen gaat dit meestal moeilijker, omdat ze naar school gaan en daar zo weinig mogelijk informatie mogen missen. Maar na schooltijd of in therapie zou in het begin alleen het tweede implantaat moeten gedragen worden. Als beide toestellen worden aangezet, moeten we steeds rekening houden met het sommatie-effect en daarom kunnen we best de luidheid van beide implantaten met 10% verlagen. Uit een onderzoek dat zij bij hun kinderen hebben uitgevoerd, bleek dat er voor een goede spraakverstaanbaarheid met het tweede implantaat, best niet meer dan 6 jaren zijn tussen de eerste en de tweede implantatie. Tracy Adams gaf later in de namiddag ook nog een praktische sessie, waarbij je twee implantaten zelf moest gaan afregelen, en dit via het nieuwe Custom Sound programma van Cochlear, dat speciaal aangepast werd voor het afregelen van bilaterale implantaten. Anke Plasmans, European Training Manager van Cochlear Europe, bracht de resultaten naar voren van de antwoorden op een vragenlijst die zij voorafgaand naar alle deelnemers had verstuurd en gebruikte de antwoorden als leidraad voor een discussie. Tijdens de dissussie werd duidelijk dat over het goed fitten van twee implantaten of van één CI met één hoorapparaat nog te weinig geweten is. In het laatste geval is het dan ook belangrijk dat er een goede samenwerking is tussen de audioloog die het hoorapparaat aanpast en degene die de CI afregelt. Want uit de bevraging blijkt dat dit vaak twee verschillende personen zijn, die soms op ruime afstand van mekaar verblijven. Josie Wyss, mocht de dag niet alleen openen maar ook afsluiten, met een presentatie waarin zij tal van onderzoeksresultaten op vlak van bilaterale implantatie even op een rijtje zette. Zo bleek uit een studie van Tonokawa (2007) dat het aanpassen van een hoorapparaat aan het niet geïmplanteerde oor een meerwaarde kan zijn, tenminste als de drempel aan dat oor niet meer dan 105 dB bedraagt. Alvorens over te gaan tot een implantatie, en zeker tot een bilaterale implantatie is het van groot belang dat de beste hoorapparaten uitgeprobeerd en dat ze ook hiervoor optimaal werden afgeregeld. Vanaf de leeftijd van 4-5 jaar kan dit nagegaan worden aan de hand van een aantal spraakverstaanbaarheidstesten, met stille (35/40 dB) spraak en normale spraak (55/60 dB) en dit zowel in stilte als in ruis, met elk hoorapparaat afzonderlijk maar ook met beiden tesamen.
Josie Wyss stelde er ook een prachtige publicatie van meer dan 100 pagina's voor van Cochlear, met een overzicht van de huidige literatuur op vlak van Bilaterale Implantatie.
De publicatie is van Carol Sammeth (Cochlear Americas): Bimodal Devices and Bilateral Cochlear Implants: a review of the literature en is hier volledig te downloaden als pdf-file.
Deze studiedag was weer echt de moeite waard om bij aanwezig te zijn. Vooral het feit dat er tijd was om met de sprekers van gedachten te wisselen en te discussieren, maakte van deze dag een enige aangelegenheid. Echt een aanrader, moest deze studiedag nog eens herhaald worden.


*
Bilateral Implantation: Two Implants - always better than one?
Verslag van deze studiedag in Nottingham op 6 maart 2007

The Ear Foundation organiseerde op 6 maart 2007 in Nottingham een grote studiedag rond "bilaterale implantatie: zijn twee implantaten altijd beter dan één?". Meer dan 10 sprekers uit binnen- en buitenland (zie foto op volgende pagina) werden hiervoor uitgenodigd en ik was dan ook zeer verheugd om weer bij de uitverkorenen te zijn om daar te mogen spreken. Het was een zeer boeiende dag met tal van interessante informatie, die ik graag met u wil delen. Chris Durst, technisch directeur van MED-EL-UK gaf in een mooie inleiding een overzicht van de voornaamste zaken die een rol spelen bij binauraal horen. Termen als Interaural Level Difference (ILD) en Interaural Time Difference (ITD) kwamen uitvoerig aan bod. Als je langs beide oren goed hoort, en er zegt links van u iemand iets, dan ga je die spraak in je rechteroor niet alleen iets stiller horen (want je hoofd zit er tussen en houdt geluid tegen), maar je gaat in je rechteroor ook minder goed de hoge tonen ontvangen (want je hoofd houdt vooral hoge tonen tegen). Dit is wat men ILD noemt. Maar doordat het geluid rond je hoofd moet om in je rechteroor te komen en dus een grotere afstand moet afleggen (tov het linkeroor), gaat het er ook iets later aankomen. Dit tijdsverschil tussen beide oren noemt met ITD. Zowel ILD en ITD zijn maar mogelijk als je over 2 goede oren beschikt en zorgen er o.a. voor dat je geluiden kan lokaliseren. Maar echt binauraal horen is meer dan ILD en ITD. Wil je spraak beter verstaan in een rumoerige omgeving, dan moeten je hersenen ook in staat zijn om de informatie van beide oren goed te sturen. Zo ga je in een omgeving waar het rumoer rechts van je komt, meer je linkeroor gebruiken om te luisteren naar de spreker en je rechteroor veel minder. Je gaat dan ook je hoofd een beetje draaien met je linker oorschelp meer naar de spreker gericht.
Als tweede spreker kwam Richard Tyler uit de Verenigde Staten (Iowa) aan de beurt. Hij is een grote voorstander om bij kinderen, zelfs als er maar minimale gehoorresten zijn, toch aan het andere oor ook een hoorapparaat (HA) aan te passen, want bij kinderen heeft de combinatie CI+HA bijna altijd een meerwaarde ten opzichte van CI alleen. Ook vele volwassenen die voordien twee hoorapparaten droegen, blijven na de implantatie één hoorapparaat dragen en ondervinden daar een meerwaarde van. Volwassenen geven vaak aan dat muziek mooier klinkt met het hoorapparaat erbij. Of twee CI's beter zijn dan een CI+HA moet dan ook voorafgaand goed worden onderzocht . Het hoorapparaat en de CI moeten ook op mekaar worden afgeregeld. Hij gaf aan dat het niet meer versterken van de hoge tonen met het hoorapparaat soms tot een betere spraakverstaanbaarheid leidt met beide oren samen. Een tweede CI of hoorapparaat kan ook storen als de persoon (door een beperkt auditief systeem in de hersenen) niet in staat is om geluiden die een bepaald oor binnenkomen te negeren (b.v. het negeren van lawaai dicht bij je rechteroor). Hij gaat dan met twee apparaten in omgevingslawaai slechter horen dan met één. Op het einde vatte hij zijn presentatie samen door te stellen dat: zowel CI+CI als CI+HA kan leiden tot lokalisatie en een betere spraakverstaanbaarheid in ruis; maar dat 2 CI's tot een betere lokalisatie leiden; dat bij volwassen de lokalisatie kan verslechteren bij iemand die overschakelt van HA+HA naar CI+HA; dat de binaurale resultaten er niet onmiddellijk zijn (bij volwassen duurt dit gemiddeld één jaar); de hoogste binaurale winst (bij iemand de twee HA draagt) wordt bereikt als je aan het slechtste aan CI plaatst; het binaurale horen is afhankelijk van de fitting van de twee apparaten en de samenwerking tussen beide oren; grote verschillen in spraakverstaanbaarheid tussen beide apparaten kan leiden tot het uitlaten van het apparaat met de laagste spraakverstaanbaarheid; het zeer belangrijk is (zeker bij volwassenen) om voorafgaand beide oren tesamen en afzonderlijk te testen naar spraak-verstaanbaarheid in stilte en in ruis.
Vervolgens Colette Mc Kay, van de Universiteit van Manchester aan het woord. Ook zij benadruk-te dat 2 CI's geen 'standaard' mag zijn, want er zullen altijd gevallen zijn, zeker bij volwassenen, die beter zullen presteren met een andere combinatie van hoorapparaten. Bijvoorbeeld met één CI + één HA en misschien in de toekomst met twee EAS-toestellen (Elektrisch -Akoestische Stimulatie). Dit is de combinatie van een hoorapparaat met een cochleaire inplant aan eenzelfde oor. De midden en hoge tonen worden versterkt met de inplant en de lage tonen met het akoestisch hoorapparaat.
Mark Lutman van de University of Southampton bracht de lokalisatieresultaten naar voren van een onderzoek bij 20 bilateraal geïmplanteerde volwassenen, 16 bilateraal hoorapparaat gebruikers en 16 normaalhorenden. Op vlak van lokalisatie (uit welk van de 11 luidsprekers komt het geluid) behaalden de bilateraal geïmplanteerden veel betere resultaten dan de hoorapparaat dragers. Maar toch lagen de resultaten nog aanzien lager dan de normaalhorenden. Hij benadrukte ook het belang van de functie van de oorschelp vooral bij de lokalisatie voor-achter. Als geluid opgevangen wordt door microfoontjes achter de oorschelp, gaat de functie van de oorschelp verloren.
Louise Craddock, voorzitster van de British Cochlear Implant Group, gaf een overzicht van de huidige stand van zaken op vlak van bilaterale implantaties in het Verenigd Koninkrijk (UK). Eind december 2006 zouden er al 86 volwassenen en 50 kinderen bilateraal een CI dragen. Hiervan werden er 33 simultaan (tegelijkertijd) geplaatst en 103 successief. Er zijn nauwelijks ouders of volwassenen die er zelf voor betalen. De meesten zijn in het kader van een onderzoek of zijn personen met doofheid ten gevolge van hersenvliesontsteking (want in dat geval betaalt de overheid wel 2 implantaten terug).
Eva Karltorp, is KNO-arts in het Universitair Ziekenhuis van Stockholm. Zij gaf een overzicht van de resultaten van 99 kinderen die bilateraal geïmplanteerd zijn. Dit aantal is zo groot omdat in Zweden bilaterale implantaties terugbetaald worden sinds 2004. Meer en meer worden hier ook beide presentaties simultaan uitgevoerd (in 2006: 1/3). Zij kwam tot de conclusie dat de meeste kinderen tot enige vorm van richtinghoren kwamen en ook de overgrote meerderheid van de ouders was zeer blij met de twee implantaties. Tevens stelden zij vast dat bij successieve bilaterale implantatie de tweede CI best ook op jonge leeftijd wordt geplaatst, want hoe langer de tijd tussen de twee implantaties, hoe langer het duurt en hoe moeilijker het is om met CI2 hetzelfde niveau te bereiken als met CI1. Tevens toonden haar onderzoeken aan dat simultaan implanteren vanaf een leeftijd van 7 maanden volgens haar op een veilige manier kan gebeuren.
Ook Dr. Paul Govaerts van De Oorgroep (Deurne) was uitgenodigd om zijn ervaringen op vlak van bilaterale implantatie naar voren te brengen. Dr. Govaerts bracht de resultaten naar voren van een groep van 70 patiënten met een bilaterale inplant, variërend tussen 1 en 70 jaar. In slechts 39% van de gevallen dragen de personen twee dezelfde implantaten. Hij bedrukte dat, zeker bij kinderen, het zelfs een meerwaarde kan zijn om twee verschillende toestellen te gebruiken. De hersenen van jonge kinderen zijn immers erg plastisch en gaan zich aanpassen aan de grote variëteit van de input. Bij volwassenen is het bijna omgekeerd en moeten we eerder het implantaat aanpassen aan de hersenen.
Zijn conclusie was dat bilatere CI bijna altijd een meerwaarde had ten opzichte van één CI . De twee samen geven meer dan beide CI's afzonderlijk. (sommatie-effect) Bij kinderen zorgen late implantaties (> 4 jaar) voor onherstelbare verliezen, die ervoor kunnen zorgen dat het echte binauraal horen niet meer mogelijk zal zijn.
De organisatoren hadden mij, Leo De Raeve, gevraagd om een beetje de link te maken naar de dagelijkse praktijk in Vlaanderen. Met de gegevens die in Vlaanderen voor handen zijn konden we achterhalen dat ruim 100 kinderen bilateraal een CI dragen. Hiervan zijn er 42 die de tweede CI gekregen hebben in 2003 in het kader van het Nationale project van het RIZIV. Van de resterende 60 zijn er een 20-tal die geherimplanteerd zijn aan het andere oor, na een klein probleem met de inplant, maar die het oorspronkelijke inplant wel zijn blijven dragen. Van de resterende groep hebben de ouders zelf de tweede CI betaald.
Als we in Vlaanderen (cijfers van 2006) bij de kinderen met een cochleair implantaat, kijken naar welk hoorapparaat zij aan het andere oor dragen, dan zien we dat van de totale groep 40% alleen één CI draagt, dat 35% nog een hoorapparaat draagt en dat 25% een tweede CI draagt.
Kijken we echter bij de vroeggescreende kinderen (sinds 1999), dan blijkt dat binnen die groep wel 29% twee CI's draagt, maar ook 59% alleen één CI. Slechts 12% draagt een hoorapparaat aan het andere oor. Dit wijst er mijns inziens op dat bij de jong geïmplanteerden (< 1 jaar) er nog nauwelijks een hoorapparaat uitgeprobeerd wordt aan het andere oor, of dat ouders het niet aankopen omdat het kind toch een gaat krijgen. Dit zouden we alleszins moeten voorkomen, zeker als er hoorresten zijn. Want tal van studies wijzen er ook op dat kinderen die vooraf een hoorapparaat hebben gedragen, sneller evolueren na implantatie en dat de leeftijd bij de bilaterale implantatie hierdoor wat kan uitgesteld worden. Tevens werd in deze presentatie benadrukt dat de meeste ouders uiterst tevreden zijn dat zij voor een bilaterale CI hebben gekozen en het hen, en ook de leerkrachten op school, vrij snel opvalt als er met één van de twee implantaten iets hapert. De kinderen vragen dan meer om herhaling en pikken minder spontane spraak op. Toch zijn ons ook enkele negatieve gevallen bekend: twee jongeren die op latere leeftijd (11-12 j) hun tweede CI hebben gekregen, dragen nu nog maar één CI. Eén van beiden draagt de tweede CI, de andere de eerste CI alleen. Beiden communiceren ook erg goed in gebarentaal en zijn zich in de puberteit meer gaan interesseren voor de Dovengemeenschap. Daarnaast is er een meisje van 6 jaar dat reeds op 3 jaar bilateraal geïmplanteerd werd en als klein kindje steeds twee spraakprocessoren in een rugzakje droeg. Zij is nu, drie jaar laten, in bijhandeling bij de fysiotherapeut omwille van een scoliose (rugafwijking). Gelukkig zijn tegenwoordig de spraakprocessoren in omvang gehalveerd.
Tot slot kwamen de ouders van 4 bilateraal geïmplanteerde kinderen aan het woord: allen met een ander verhaal, allen op een andere leeftijd bilateraal geïmplanteerd, maar toch alle 4 tevreden dat ze die beslissing genomen hadden. De van de ouders van Tom kun je lezen op hun website
http://mysontom.com.



*
Enkele interessante publicaties over bilaterale implantaties?

In de Nieuwsbrief van ONICI (voorjaar 2006)
werden de voornaamste besluiten uit enkele studies van Robert Peters (Dallas-US) naar voren gebracht.We zetten ze ook hier even op een rijtje:
In zijn centrum in Dallas deed hij onderzoek bij 76 personen met twee implantaten. 33 van hen waren volwassenen, waarvan er 19 de twee implantaten tegelijkertijd kregen geïmplanteerd (= simultaan) en 14 de tweede inplant een bepaalde periode na de eerste inplant kreeg (=successief).
Van de 43 kinderen waren er slechts 5 met een simultane bilaterale implantatie. Bij 38 van hen gebeurde de twee implantaties successief.
Wat zijn nu de bevindingen uit zijn onderzoek ?
-Plots bilateraal doofgewordenen of doofgeworden volwassenen die altijd twee hoorapparaten hebben gedragen, maar die hun gehoorverlies progressief is toegenomen, gaan een duidelijke meerwaarde hebben aan de tweede CI. Ze gaan beter horen in omgevingslawaai, hebben geen last meer van het hoofdschaduweffect en kunnen terug richtinghoren.
-Doofgeworden volwassenen, die altijd maar één hoorapparaat hebben gedragen, halen slechts een beperkte meerwaarde uit de tweede CI: ze gaan in lawaai nauwelijks beter verstaan en komen ook niet tot echt richtinghoren. Toch blijkt uit een gesprek met deze personen dat zij praktisch allemaal de tweede CI graag dragen.
-Hoe jonger het kind bij de tweede CI, des te beter de resultaten.
-Kinderen die goede resultaten halen met hun eerste CI, maar die ouder zijn dan 8 jaar als zij een tweede CI krijgen, gaan minder doen met hun tweede CI, tenzij zij aan het tweede oor altijd een hoorapparaat hebben gedragen. Peters is dan ook een grote voorstander om bij kleine kinderen altijd aan het andere oor een oorhanger aan te passen.
-Als het tweede oor meer dan 10 jaar niet meer gestimuleerd is, geeft een tweede CI meestal weinig meerwaarde.
-Tevens toonde de onderzoeksresultaten geen verschil aan tussen personen die twee dezelfde spraakprocessoren dragen en personen die twee verschillende spraakprocessoren (bijvoorbeeld van twee verschillende merken) dragen.
Tot slot staat hij toch ook even stil bij eventuele risico's bij bilaterale implantatie: het is toch weer een narcose en er zou meer kans bestaan op (tijdelijke) evenwichtsproblemen.

(*) Bovenvermelde gegevens komen uit volgende publicaties en presentaties:
-Peters R., Rationale for Studying Bilateral Cochlear Implantation in Children, Cochlear Implant Association, Inc. (http://www.cici.org/vol17n3.html)
-Peters R., Lake J., et al, Bilateral cochlear implants in adults and children, in Arch Otolaryngology Head Neck Surgery, vol. 130, mei 2004, p.648-655. (http://www.waisman.wisc.edu/BHL/PUBLICATIONS/2004-5.pdf)
-Peters R. & Lake J., Bilateral cochlear implantation in children and adults, online-presentatie binnen het HOPE-project van Cochlear Americas.
(http://www.audiologyonline.com/ceus/recordedcoursedetails.asp?pid=6&class_id=4561)
-Peters R., Rationale for bilateral Cochlear Implantation in children and adults, deel 1 in een reeks van 5 losse teksten over binauraal horen en bilaterale implantaties, uitgegeven door Cochlear (http://bilateral.cochlear.com/5.html)

Nog meer literatuur...

*Personen die meer wensen te lezen over bilaterale implantaties verwijs ik naar een zeer boeiende bijdrage van NKO-arts Gareth Williams, University Hospital of Wales, Cardiff, die je volledig kan lezen op de website van de British Cochlear Implant Group: http://www.bcig.org/news/garethwilliams.htm

*Advanced Bionics (2004), Hearing with two ears: technical advances for bilateral cochlear implantation. Meer info op: http://www.cochlearimplant.com/printables/Bilateral.pdf

*Cochlear (2000), Should patients receive two cochlear implants, 8p. Meer info op: http://www.cochlearamericas.com/professional/PDFs/globalwhite/bilateral.july2000.pdf

*Cochlear (2003), Bilateral fittings + Optimising a contralateral hearing aid for a cochlear implant user, in Nucleus Report, June/July 2003, 6p.
Meer info op: http://www.cochlearamericas.com/PDFs/Nucleus_Jun_Jul.pdf


*Cochlear (2006), Overzicht van literatuur i.v.m. bilaterale implantaties.
Meer info op: http://www.cochlearamericas.com/pdfs/bilateral_references.pdf

*Govaerts, P., K. Daemers, K. Schauwers, C. De Beukelaer, M. Yperman, M. De Ceulaer and S. Gillis, Implantation précoce et/ou bilatérale. Rééducation Orthophonique 42, 31-46, 2004.

*MED-EL, Benefits of Bilateral Implantation (2003), in Current issues in cochlear implantation, Issue 1, 8p. Meer info op: http://www.medel.com/Shared/pdf/en/MKT3069E_r10_Current_Issue.pdf

*Müller J. , Schön F., Helms J., (2002); Speech understanding in quiet and noise in bilateral users of the MEDEL combi 40/40+ cochlear implant system, in Ear and Hear, 23, 198-206. Meer info op:
http://www.medel.com/Shared/pdf/publications/mar04_bilateral_implantation.pdf

* Nopp P., Schleich P., D'Haese P. (2004) in Ear and Hearing, Vol.25,n3, Sound location in bilateral users of the Med-el combi 40/40+ Cochlear implant.
Artikel is te downloaden als pdf-file.


* Parkinson Aaron, Clinical studies manager Cochlear Americas, Cochear Implantation in the United States: Current Status. Artikel is te downloaden als pfd-file.

*Schleich P., Loss P., D'Haese P. (2004) in Ear and Hearing, Vol.25,n3, Head Shadow, squelch and summation effects in bilateral users of the Med-el combi 40/40+ Cochlear implant. Artikel is te downloaden als pdf-file.

*Summerfield Q., Barton G. ,Cirstea S., e.a. (2003), Effectiveness and cost-effectiveness of bilateral implantation. Meer info op:
http://www.ihr.mrc.ac.uk/research/prostheses/outcomes/effectiveness_bci.php


Tot slot zouden wij hier nog willen aan toevoegen dat een aantal unilateraal geïmplanteerden aan het andere oor hun oorhanger blijven dragen. Heel wat kinderen en volwassenen doen het zeer goed met deze combinatie. Voor hen is een tweede cochleaire inplant dan ook overbodig.

*Terugbetaling bilaterale Implantaties in Europese landen.

-In tussentijd hebben we vernomen dat bilaterale implantaties niet alleen in Duitsland terugbetaald worden, maar ook in verschillende andere Europese landen, zij het soms onder bepaalde voorwaarden. We geven jullie even een overzicht dat ons ter beschikking werd gesteld door Cochlear Benelux:
USA: in geval van meningitis + er lopen een aantal projecten in CI-centers + zorgverzekering Blue Cross komt tussen in bilaterale CI bij kinderen (sinds 25.07.06.)
België: 42 kinderen onder 12 jaar ontvingen tweede CI in kader van een project in 2002 + algemene terugbetaling bij kinderen < 12 jaar (sinds 1 Februari 2010)
Duitsland: tussenkomst afhankelijk van zorgverzekering en regio tussenkomst in 2de CI voor kinderen
Engeland: algemene tussenkomst voor simultane bilaterale implantatie bij kinderen < 12 jaar sinds 1 septepber 2009, voordien terugbetaling 2de CI enkel bij meningitis of in kader van bepaalde projecten in CI-centra
Frankrijk: Enkel tussenkomst bij 2de CI als de CI-firma bereid is de tweede CI aan de helft van de prijs te leveren.
Netherland: tussenkomst in geval van meningitis + enkele projecten in CI-centra
Oostenrijk: tussenkomst Bilateral CI bij kinderen en volwassenen
Spanje: tussenkomst Bilateral CI bij kinderen en volwassenen
Zweden: tussenkomst Bilateral CI bij kinderen en volwassenen
Denemarken: tussenkomst bilaterale CI bij kinderen > 18 jaar
Zwitserland: tussenkomst bilaterale CI bij kinderen en volwassenen

-Zoals je in bovenvermelde opsomming kan zien, betaalt de zorgverzekeringsmaatschappij "Blue Cross" in Amerika sinds 25 juli 2006 ook de kosten van een tweede cochleaire implantatie terug.
De volledige wetgeving van deze verzekeringsmaatschappij rond de tussenkomst bij een 2de CI kun je downloaden van http://anthem.com/medicalpolicies/noapplication/f4/s10/t2/pw_034076.pdf .

-Voor degene die nog op zoek zijn naar recente publicaties rond bilaterale implantatie zou ik nog volgende suggestie willen doen met mooi overzicht van tal van publicaties :"Bilateral cochlear implantation: selected bibliography of peer-reviewed publications" te downloaden van :
http://www.bionicear.com/printables/reimbursement/bilateralcibibliography-092006.pdf

-In april 2006 is in het St. Radboudziekenhuis te Nijmegen een bilateraal project van start gegaan. In 2006 zijn 19 kinderen van een tweede CI voorzien.In 2007 zullen waarschijnlijk nog 12 kinderen uit de inclusiegroep een tweede CI krijgen. (totaal dus 31) Om in aanmerking te komen moeten de kinderen jonger zijn dan 8 jaar en geen bruikbaar restgehoor hebben aan het te implanteren oor.
Vijf kinderen werden na meningitis bilateraal simultaan (tegelijkertijd) geïmplanteerd.

*"Commissie Adviezen" van het Nederlandse College Van Zorgverzekeraars, geeft op 16 november 2006 een negatief advies aangaande bilaterale implantatie (tenzij na meningitis)
Op 16 november 2006 kwam de Commissie Adviezen samen om in het kader van een vrijwillige adviesaanvraag zijn advies te geven bilaterale implantatie. Op grond van zijn onderzoek adviseert het College om de aanvraag voor een tweede cochleaire implantaat vooralsnog af te wijzen en alleen bij postmeningitis doofheid plaatsing van het inwendige deel bij beide oren toe te staan.
Op dezelfde zitting werd echter wel een positief advies gegeven aangaande het bilateraal plaatsen van een BAHA. Een verkorte weergave van de besproken adviezen kun je hier downloaden.

*Op 25 augustus 2006 werd in de Nederlandse kamer Minister Hoogerhorst door kamerlid Aasted-Madsen ondervraagd over de vergoeding van een tweede cochleair implantaat?

Hier volgen haar antwoorden op de vragen:

Vraag 1
Hebt u kennisgenomen van het artikel “Eén oor is genoeg, vindt de zorgverzekeraar”? 1)

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
Bent u op de hoogte van de internationale aanvaarde opvatting dat een tweede cochleair implantaat meerwaarde levert ten aanzien van het kunnen onderscheiden van spraak in een roezemoezige omgeving en het kunnen bepalen van de richting waaruit het geluid komt? 2)

Antwoord 2
Neen, dit is nog geen algemeen gedeelde opinie. Zie ook mijn antwoord op vraag 4.

Vraag 3
Is het waar dat in Duitsland standaard de tweede implantatie ook voor vergoeding in aanmerking komt, en in Oostenrijk en Zweden onder bepaalde voorwaarden?

Antwoord 3
Neen, ook in de andere landen is geen sprake van een standaardverstrekking. In Zweden is deze ingreep slechts mogelijk indien een patiënt deelneemt aan een onderzoek.

Vraag 4
Is het waar dat het College van Zorgverzekeraars zich al een jaar buigt over de vraag of een tweede cochleaire implantatie voor vergoeding in aanmerking zou moeten komen?

Antwoord 4
Neen, recent heeft een zorgverzekeraar het College voor zorgverzekeringen (Cvz) verzocht zich uit te spreken over de vraag onder welke omstandigheden een tweede cochleair implantaat tot het verzekerde pakket van de Zorgverzekeringswet zou kunnen behoren. Het College voor zorgverzekeringen (Cvz) buigt zich hierover en zal naar verwachting in het najaar van 2006 daarover een uitspraak doen.

Vraag 5
Op welke termijn verwacht u dat ook in Nederland overgegaan kan worden tot vergoeding van een tweede implantaat, al dan niet aan voorwaarden gebonden?

Antwoord 5
Wanneer het Cvz een rapportage heeft uitgebracht kan ik u daar nader over informeren.


*Persbericht Belgisch Minister van Welzijn, Frank Vandenbroucke op 17 maart 2003: terugbetaling tweede inwendig hoorapparaat
"Vanaf 1 april 2003 zal voor kinderen ook het tweede inwendig hoorapparaat terugbetaald kunnen worden. Het Verzekeringscomité van het RIZIV heeft op maandag 17 maart 2003 ingestemd met dit voorstel van minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke. De minister wil zo kinderen die aan twee oren doof zijn, evenveel ontwikkelingskansen bieden als andere kinderen. Wie maar aan één kant hoort, blijft aangewezen op bijzonder onderwijs, door de uitbreiding van de terugbetaling kunnen deze kinderen deelnemen aan het "gewone" onderwijs. Voor de uitbreiding wordt 500.000 euro per jaar uitgetrokken. Een inwendig hoorapparaat, ook nog "cochleair implantaat" genoemd, is een elektrode die de gehoorzenuw rechtstreeks prikkelt en zo signalen naar de hersenen stuurt. De dove patiënt draagt hiervoor een soort spraakcomputer die de geluidssignalen omzet in elektrische impulsen. Deze signalen zijn niet te vergelijken met wat een normaalhorende hoort zodat de patiënt terug moet leren interpreteren wat het geluid betekent. Het apparaat kost 11 660 euro, met het budget kunnen dus 42 kinderen per jaar geholpen worden. Bijkomende kosten (voor de afstelling van het apparaat en de begeleiding van de patiënt) worden grotendeels opgevangen via een revalidatieovereenkomst".

Zoals wij in bovenvermeld persbericht kunnen lezen, werd in België in 2003 een tweede cochleaire implantatie bij kinderen terugbetaald worden door het RIZIV. In 2004 blijkt echter dat het niet gaat om een jaarlijks budget, maar dat het voorlopig ging om een eenmalig initiatief. M.a.w. een tweede implant wordt op dit ogenblik niet meer terugbetaald.

Maar wat kan de meerwaarde zijn van een tweede cochleaire inplant? Het is zeker niet zo simpel als de minister laat uitschijnen: "met één CI blijft je kind buitengewoon onderwijs nodig hebben, met 2 CI's kan het kind gewoon onderwijs volgen".
Er zijn nu toch al heel wat kinderen met één CI die gewoon onderwijs volgen en anderzijds zijn er veel horende kinderen (met twee goede oren) die buitengewoon onderwijs volgen. Het al dan niet volgen van buitengewoon of gewoon onderwijs lijkt mij dus heel wat complexer dan alleen maar de beschikking hebben over een 2de cochleaire inplant.

Maar wat kunnen we dan wel verwachten van een 2de inplant?
Naar aanleiding van de nieuwe wetgeving op de bilaterale implantaties organiseerde VLOK-CI (=Vlaamse ouderverening voor CI-kinderen) in 2004 twee informatieavonden rond dit thema.
Op 25 maart 2004 had een eerste avond plaats in Leuven, waar Prof. J. Wouters een overzicht gaf van de internationale stand van zaken op vlak van bilaterale CI. Hij sprak in naam van alle cochleaire implantatiecentra die betrokken zijn bij het "bilaterale project". Tevens gaf hij een toelichting over het onderzoeksprotocol dat gebruikt wordt bij de opvolging van deze 42 bilateraal geïmplanteerde kinderen. De tweede avond vond plaats in Deurne-Antwerpen en werd verzorgd door Dr. P. Govaerts. Hij ging dieper in op de theoretische indicaties en argumentatie voor een bilaterale CI. Daarnaast bracht hij al enkele resultaten naar voor van patiënten met een bilaterale CI en vertelde hij over hun praktische ervaringen.
Op de vraag "wat is de meerwaarde van een 2de CI?" werd geantwoord dat theoretisch gezien, en bij volwassenen ook al aangetoond, een tweede CI voor kinderen volgende voordelen kan geven:
-doordat er aan beide oren een microfoon gedragen wordt, is er het hoofdschaduweffect. Een geluid, komt altijd stiller binnen aan de andere kant van het hoofd, want het hoofd houdt geluiden tegen. Vooral de hoogfrequente geluiden worden gedempt door de omvang van het hoofd, terwijl laagfrequente geluiden gewoon 'om het hoofd heen' gaan. Door dit intensiteitverschil (verschil in luidheid) kunnen we de richting aangeven van hoge geluiden. Het richthoren van de lage tonen gebeurt voornamelijk via de interaurale fase/tijdsverschillen. Geluid zal, het oor dat het dichtst bij de geluidsbron gelegen is, het eerst bereiken.

-met twee oren hoort men iets beter dan met één (=binaurale sommatie). De gehoordrempel zou gemiddeld drie dB beter liggen;

-geluiden die via de twee oren (implantaten) worden ontvangen, kunnen (door de hersenen) onderling worden vergeleken. Dit noemt men de binaurale verwerking " Hierdoor kunnen de hersenen, wanneer spraak en ruis van verschillende locaties afkomstig zijn, deze scheiden, waardoor de verstaanbaarheid in omgevingslawaai zal verbeteren.

-mensen met een bilaterale inplant geven ook aan dat zij nu minder bang zijn voor een technisch probleem bij een inplant. Zij zeggen: "Als één uitvalt, heb ik nog steeds de tweede".

Bij volwassenen met een bilaterale CI blijkt dat zowel het hoofdschaduweffect als de binaurale sommatie zeer vaak wordt bereikt. Maar de binaurale verwerking verloopt niet altijd even vlot. Veel wetenschappelijk onderzoek op dit vlak is er nog niet. Wel verwees Prof. Jan Wouters naar een recente studie van Moore en Summerfield, waarin werd aangetoond dat de binaurale verwerkingsmechanismen zich bij horende kinderen vooral ontwikkelen tussen 4 en 15 jaar. Op dit vlak is dus nog heel veel onderzoek nodig.
Onderzoek van Dr. Govaerts bevestigen deze laatste stelling. Hij stelde in zijn bilaterale populatie vast dat kinderen die op jonge leeftijd hun tweede inplant krijgen (<3 jaar), de beste resultaten behalen op auditieve testen en dit vooral op vlak van lokalisatie (richtinghoren) en spraakverstaan in ruis (bij omgevingslawaai). Maar onderzoek van Armstrong e.a. (1997) toonde aan dat er ook een significante verbetering is van het spraakverstaan in ruis wanneer CI-gebruikers aan het andere oor nog een gewoon hoorapparaat dragen. Dus ook dit kan een oplossing bieden. Op beide avonden kregen we te horen dat, als kinderen nog gehoorresten hebben aan het andere oor, het aanbevolen wordt om deze zijde te stimuleren via een gewoon hoorapparaat. Niet alleen omwille van het hoofdschaduweffect, maar ook als voorbereiding op een eventuele tweede implantatie. (Een oor dat vooraf gestimuleerd wordt, reageert vlugger na implantatie).







Deze pagina maakt onderdeel uit van frames. Indien u door toeval enkel deze pagina ziet en niet het volledige scherm met logo en adresbalk bovenaan en een navigatiemenu links, kunt u hier klikken om naar de volledige website te gaan. Met excuses als de website niet meteen correct werd geopend.
Naar http://www.onici.be

Terug naar boven van de pagina