*Vrijdag 18 december 2009 verscheen in het Belgische
Staatsblad de nieuwe wetgeving op terugbetaling van Bilaterale
CI bij kinderen.
Ouders van jonge dove
kinderen zitten er al bijna twee jaar op te wachten en nu is het
zover "Cochleaire Implantatie wordt in België vanaf
1 februari 2010 terugbetaald voor kinderen jonger dan 12 jaar
en uitzonderlijk tot 18 jaar indien er zich een verbening voordoet
van het slakkenhuis (wat kan gebeuren na een hersenvliesontsteking).
Wil je de nieuwe wetgeving tot in detail nalezen, dan
kun je de wettekst hier downloaden.
*Vlaams Senator Helga
Stevens stelde op 27 november 2008 een parlementaire vraag aan
de Minister van Volksgezondheid Laurette Onckelinx inzake de terugbetaling
van een tweede CI bij kinderen.
Op een vraag van gemeenschapssenator
Helga Stevens (N-VA) over de toekomstplannen inzake de terugbetaling
van een tweede cochleair implantaat antwoordde minister van Volksgezondheid
Laurette Onkelinx (PS) dat het RIZIV momenteel de resultaten bestudeert
van een studie die liep in de periode 2003 - juli 2008. Het onderzoek
in kwestie ging de effecten na van de implantatie van een tweede
CI bij tweeënveertig kinderen van minder dan twaalf jaar.
Gedurende vijf opeenvolgende jaren vond een jaarlijkse evaluatie
plaats.
Op basis van de resultaten van deze teststudie zullen de voorwaarden vastgelegd worden waaraan iemand in de toekomst zal moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een al dan niet volledige terugbetaling door het RIZIV van een tweede CI. De minister stelt ook in haar antwoord dat op basis van de studie in een budget zal voorzien worden, zodat al in 2009 een vergoeding voor een tweede CI realiteit zal worden.
Senator Stevens heeft meteen
een opvolgingsvraag ingediend die peilt naar wat de precieze voorwaarden
zullen zijn, wat de hoogte van de vergoeding zal zijn, en welk
budget er voor 2009 concreet vastgelegd wordt.
*Persbericht Belgisch
Minister van Welzijn, Frank Vandenbroucke op 17 maart 2003: terugbetaling
tweede inwendig hoorapparaat
"Vanaf 1 april
2003 zal voor kinderen ook het tweede inwendig hoorapparaat terugbetaald
kunnen worden. Het Verzekeringscomité van het RIZIV heeft
op maandag 17 maart 2003 ingestemd met dit voorstel van minister
van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke. De minister wil zo kinderen
die aan twee oren doof zijn, evenveel ontwikkelingskansen bieden
als andere kinderen. Wie maar aan één kant hoort,
blijft aangewezen op bijzonder onderwijs, door de uitbreiding
van de terugbetaling kunnen deze kinderen deelnemen aan het "gewone"
onderwijs. Voor de uitbreiding wordt 500.000 euro per jaar uitgetrokken.
Een inwendig hoorapparaat, ook nog "cochleair implantaat"
genoemd, is een elektrode die de gehoorzenuw rechtstreeks prikkelt
en zo signalen naar de hersenen stuurt. De dove patiënt draagt
hiervoor een soort spraakcomputer die de geluidssignalen omzet
in elektrische impulsen. Deze signalen zijn niet te vergelijken
met wat een normaalhorende hoort zodat de patiënt terug moet
leren interpreteren wat het geluid betekent. Het apparaat kost
11 660 euro, met het budget kunnen dus 42 kinderen per jaar geholpen
worden. Bijkomende kosten (voor de afstelling van het apparaat
en de begeleiding van de patiënt) worden grotendeels opgevangen
via een revalidatieovereenkomst".
*In tussentijd zijn we enkele
jaren verder en beginnen de onderzoekers naar buiten de komen
met de eerste
tussentijdse resultaten en de eerste publicaties.
-Publicaties aangaande
het Beligshce bilaterale CI-project:
*Scherf Fanny, van Deun
Lieselot, van Wieringen Astrid, Wouters Jan, Desloovere Christian,
Dhooge Ingeborg, Offeciers Erwin, Deggouj Naïma, DE RAEVE
Leo, De Bodt Marc, Van de Heyning Paul (2007), Hearing benefits
of second-side cochlear implantation in two groups of children,
International Journal of Pediatric Otorhinolaryngology,
71, 1855-1863. (pdf-file
artikel)
*Lieselot Van Deun, Astrid van Wieringen, Tom Francart, Fanny
Scherf, Ingeborg J. Dhooge, Naïma Deggouj, Christian Desloovere,
Paul H. Van de Heyning, Erwin Offeciers, Leo DE RAEVE en Jan Wouters
(2009), Bilateral Cochlear Implants in Children: Binaural Unmasking,
Audiology & Neurotology,14:240-247. (pdf-file
artikel)
-Zo gaf Lieselot van Deun,
ExpORL, Dept. Neurosciences, K.U.Leuven-België, op de 9de
Internationale conferentie over Cochleaire Implantatie te Wenen
(14-17 juni 2006) een presentatie over "sound localisation
and lateralisation in normal hearing and bilateral CI-children".
Een aantal luistertaken,
zoals geluidslokalisatie en spraakverstaan in ruis, vereisen het
gebruik van beide oren. Waar dit voor personen met een normaal
gehoor heel evident is, is dat niet het geval voor mensen met
cochleaire implantaten. Hoewel twee implantaten duidelijke en
belangrijke voordelen opleveren ten opzichten van één,
zijn er ook beperkingen. Deze implantaten werken onafhankelijk
en zijn niet zo goed op elkaar afgestemd als onze oren. Bovendien
is het mogelijk dat mensen die pas op latere leeftijd twee implantaten
krijgen zich moeilijker kunnen aanpassen aan de nieuwe geluiden.
In het CIBIL-project (Cochleair Implant BILateraal) willen we
nagaan of kinderen, die geïmplanteerd worden op een moment
dat de hersenen nog in ontwikkeling zijn, meer mogelijkheden hebben
om te leren 'binauraal horen' (horen met twee oren). Om dit te
kunnen onderzoeken, hebben we in de eerste plaats testprocedures
aangepast aan de interesse en aandachtsspanne van jonge kinderen.
Nagedacht moest worden over de vorm en aantrekkelijkheid, duur
van de test, beloning,
. De aangepaste tests werden uitgebreid
geëvalueerd met kinderen met een normaal gehoor.
Het meten van geluidslokalisatie wordt tra-ditioneel gedaan aan
de hand van een boog met luidsprekers, waarbij de luisteraar in
het midden zit en aanduidt uit welke luidspreker een geluid kwam.
Bij kinderen werd de taak vereenvoudigd (9 in plaats van 13 luidspre-kers)
en in spelvorm uitgevoerd (aanduiden van smurf die werd opgebeld
in plaats van nummer aan te wijzen), werd feedback inge-bouwd
("hallo" bij correct antwoord) en een trainingsfase
toegevoegd om het kind te motiveren correct te antwoorden (eerst
3, dan 5, dan 9 luidsprekers).
Uit de evaluatie met kinderen met normale gehoordrempels bleek
dat kinderen deze taak probleemloos kunnen uitvoeren vanaf de
leeftijd van 5 jaar. Sommige 4-jarigen hebben het nog moeilijk
om zich voldoende lang te concentreren of begrijpen de taak niet
helemaal. De lokalisatieperformantie van 5-jarige kinderen verschilde
niet significant van deze van volwassenen.
Bij de geluidslateralisatietest wordt nagegaan of kinderen op
basis van tijdsverschillen tussen de signalen aan beide oren kunnen
aangeven of een geluid van links of rechts komt. In een adaptieve
test wordt het tijdsverschil steeds kleiner gemaakt. Voor kinderen
werd ook dit in spelvorm gedaan aan de hand van prenten van treinen
komende van links of rechts. Daarbij werd getracht in zo kort
mogelijke tijd nauwkeurige informatie te bekomen. Kinderen met
een normaal gehoor konden in deze test bijna even kleine tijdsverschillen
discrimineren als volwassenen. Over het leeftijdsbereik van 4
tot 9 jaar waren geen significante verschillen.
Een andere taak om de invloed van tijdsverschillen na te gaan,
is binaurale signaaldetectie in ruis. Detectie is makkelijker
wanneer er een tijdsverschil in het signaal zit, en niet in de
ruis. In deze test zochten de kinderen het toeterende aapje (signaal)
in één van drie auto's (ruisjes). Kinderen bleken
zo goed als evenveel voordeel te halen uit het tijdsverschil als
volwassenen.Uit de verschillende tests met kinderen met normaal
gehoor kunnen we concluderen dat deze binaurale taken relatief
ver ontwikkeld zijn op jonge leeftijd.
Momenteel wordt de geluidslokalisatietest afgenomen bij de bilateraal
geïmplanteerde kinderen. De voorlopige resultaten tonen aan
dat sommigen (met fouten van 9-50°) bijna even goed lokaliseren
als leeftijdsgenootjes met een normaal gehoor (fouten van 0-21°).
Van de tot nu toe geteste kinderen (26) lokaliseerde 65 % de geluiden
significant beter dan kansniveau. Hierbij deden kinderen die hun
eerste inplant voor de leeftijd van 2 jaar kregen het significant
beter dan kinderen die deze inplant later kregen. Voor andere
factoren kon nog geen significantie worden aangetoond. In de nabije
toekomst worden ook de lateralisatietest en binaurale signaaldetectie
afgenomen. Daarmee willen we nagaan of er een kritische periode
is voor de bilaterale implantatie.
Met dank aan Lieselot Van Deun voor het schrijven van dit artikel.
Wil je meer informatie, dan kun je haar contacteren op: lieselot.vandeun@med.kuleuven.be
-Fanny
Scherf, UZ-Antwerpen,
gaf zowel op het Internationaal Congres te Wenen als op de Internationale
Conferentie van Charlotte (VS) een presentatie over "Benefits
of early versus late bilateral implantation in children".
In haar presentatie gaf ze telkens een overzicht van de resultaten
die de kinderen behaalden 3 jaar na de fitting van hun tweede
CI. Twee vragen stonden centraal: wat zijn de uitkomsten op korte
en middellange termijn en boeken alle kinderen een even grote
vooruitgang? Om dit na te gaan had ik alle resultaten op vlak
van alle voornoemde vaardigheden en ontwikkelingen per testmoment
uitgezet voor alle 'jongere' (kinderen die hun 2e CI kregen voor
de leeftijd van 6 jaar) en 'oudere' kinderen (kinderen die hun
2e CI kregen na de leeftijd van 6 jaar). Hierna volgt een kort
overzicht van onze bevindingen:
![]() |