Meer informatie in Nederlands

-ONICI vertaalde de 'richtlijnen voor CI-gebruikers' van de British Cochlear Implant Group (BCIG)-2010
De Britse CI-gebruikers organisatie BCIG publiceerde reeds in 2008 een aantal voorschriften voor het veilig gebruik van een cochleair implantaat. In 2010 werden deze richtlijnen aangepast aan de recente CI-systemen. Dit was dan ook de aangelegenheid voor ONICI om deze richtlijnen te vertalen naar het Nederlands. Eigenlijk zou elke CI-gebruiker deze richtlijnen moeten uitprinten en op een makkelijk bereikbare plaats leggen, zodat ze regelmatig kunnen geraadpleegd worden. Je kan deze richtlijnen hier downloaden als een pdf-file.

-Advanced Bionics roept vrijwillig wereldwijd alle HiRes 90K implantaten terug, persbericht 23 november 2010
Sinds 23 november 2010 staat op de website van Advanced Bionics de mededeling dat alle HiRes implantaten wereldwijd worden teruggeroepen omdat er zich enkele interne problemen hebben voorgedaan. In overleg met de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA), probeert de firma zo snel tot een oplossing te komen. Bij 2 van de 28.000 patiênten werden inwendig problemen vastgesteld wat zich uitte in waarneming van pijn, luide geluiden en schokken. Op termijn zou dit binnenoor en gehoorzenuw kunnen beschadigen. Bij nog 9 andere gebruikers wordt het op dit ogenblik onderzocht.
Het probleem doet zich alleen voor als de spraakprocessor opstaat, en treedt altijd op binnen de 90 dagen na de eerste fitting, meestal zelfs na 8 à 10 dagen. In Amerika hebben alle HiRes 90 k gebruikers volgende brief hierover ontvangen, die hier kan gedownload worden.
We dienen hier natuurlijk bij te vermelden dat je je niet nodeloos ongerust moet maken als je bij de eerste fittingen enkele onaangename reacties waarneemt, dat is helemaal normaal. Maar moest je je toch ongerust maken omdat je dergelijke sensaties hebt, neem dan contact met je fittingteam.

-Sue Archbold, the Ear foundation (Nottingham) promoveerde op 23 augustus 2010 te Nijmegen "cumme laude" methaar werk "Deaf Education: Changed by cochlear Implantation?"
Van in den beginne werkt ONICI intensief samen met the Ear Foundation uit Nottingham, met als grote draaischijf 'Sue Archbold'.
Sue was in werkzaam als dovenleerkracht en kreeg in 1987 het eerste doof kind uit Engeland met een cochleair implantaat in begeleiding/ Nooit had zij durven dromen dat CI zo'n vooruitgang zou boeken en dat het ruim 20 jaar later zo intensief zou gebruikt worden, want vandaag de dag krijgen in Vlaanderen en Nederland ruim 90% van de doofgeboren kinderen een CI.
Sue Archbold heeft de voorbije 20 jaar ontelbare publicaties achter haar naam staan en is wereldberoemd op vlak van 'begeleiding van kinderen met een cochleair implantaat'. Haar promotieonderzoek is dan ook een bundeling van recente publicaties op vlak van onderwijs en begeleiding van dove kinderen met een cochleair implantaat. Haar werk, dat echt een aanrader is, kan besteld worden via de website van the Ear Foundation: http://www.earfoundation.org.uk aan de prijs van €12 (excl. verzendingskosten).
In haar promotieonderzoek werd Sue begeleid door Prof. Cor Cremers (Radboud Universiteit Nijmegen) en Prof. Gerry O'Donoghue (Universiteit Nottingham).
  Op de foto hiernaat zien we Sue die haar doctoraat ontvangt uit handen van Prof. Creemers.
Zij ontving haar doctoraat zelfs 'Cum Laude', wat de uitzondelijke kwaliteit van haar werk aantoont, want slechts 2% van de doctorale proefschriften ontvangt deze titel.

De jury motyiveerde deze uitzonderlijke beslissing met de volgende argumenten:
-de grote impact van haar werk op de maatschappij en in bijzonderheid op de dove kinderen en hun ouders
-de multidisciplinariteit waarmee zij de resultaten na cochleaire implantatie bestudeert
-het gebruik van een uitzonderlijke databank met informatie van CI-kinderen over een lange periode
-de manier waarop zij dit werk verdedigde voor de jury

Wij zijn natuurlijk allemaal erg blij dat Sue de titel van "Doctor in de medische wetenschap" aan de Universiteit van Nijmegen heeft bekomen en wensen haar nog veel succes toe als 'Chief Executive' van the Ear Foundation te Nottingham.

-Het 'International Federation of Hard of Hearing' (IFHOH) publiceerde in juli 2010: 'Position statements' over cochleaire implantatie.

De wereldorganisatie voor slechthorenden heeft hun stand- punten ten aanzien van cochleaire implantatie gepubliceerd in een vrij korte en duidelijke tekst. In een inleiding beschrijven zij de huidige resultaten bij kinderen en volwassenen na implantatie en een aantal variabelen die de resultaten kunnen beïnvloeden. Vervolgens doen zij een aantal aanbevelingen, waaraan best voldaan wordt als kinderen of volwassenen geïmplanteerd worden. Zij leggen hierbij vooral de nadruk op 'goede voorafgaandelijke informatie, expertise en het belang van goede nazorg en /of revalidatie.
Voor kinderen beklemtonen zij het belang van goed onderwijs waarin voldoende aandacht wordt geschonken aan 'horen', anders kan nooit het maximale uit het implantaat gehaald worden.
Tot slot bevelen zij aan dat bilaterale implantatie overal mogelijk zou moeten zijn voor bilaterale dove kinderen en doofgeworden volwassenen.
Wil je de volledige 5 pagina's tellende tekst van de IFHOH eens lezen, dan kun je die downloaden via http://www.ifhoh.org/pdf/ifhoh_ci_positionpaper.pdf .

-Prof. Dr. C.J. Rieffe werd op 20 mei 2010 benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Leiden

Op 20 mei 2010 is Carolien Rieffe benoemd tot bijzonder hoogleraar 'Sociale en emotionele ontwikkeling bij kinderen met een auditieve en/of communicatieve beperking' en op 1 november 2010 heeft zij haar hoog-leraarsambt aanvaard en haar oratie uitgesproken. Deze bijzondere leerstoel is ingesteld door de NSDSK-Amsterdam en gevestigd bij de Universiteit Leiden, Faculteit der sociale Wetenschappen, sectie Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie van het Instituut Psychologie.
De NSDSK wil met deze leerstoel inzichten verkrijgen over het thema sociale en emotionele ontwikkeling bij kinderen met gehoor- en/of communicatieproblemen.De sociale en emotionele ontwikkeling betreft verschillende aspecten, waaronder inzicht in de eigen emoties en emotieregulatie (coping), inzicht in emoties van anderen (empathie en theory of mind), en het omgaan met anderen, zoals het aangaan en onderhouden van functionele sociale relaties (bijvoorbeeld vriendschappen). Carolien Rieffe onderzoekt de wijze waarop deze verschillende aspecten van het sociale en emotionele gedrag in de loop van de ontwikkeling vorm krijgen, en met name wat het effect daarvan is op de ontwikkeling van psychopathologie bij de doelgroep. De verkregen inzichten kunnen preventief en curatief worden benut bij het verbeteren van het behandel- en begeleidingsaanbod voor kinderen en hun gezinnen. De verwachting is dat de samenwerking tussen de Universiteit Leiden en NSDSK zal leiden tot uitbreiding en verdieping van fundamentele kennis van de doelgroep, wat weer op zijn beurt zal leiden tot een verbetering van de praktijk van diagnostiek en zorg voor kinderen met een auditieve en/of communicatieve beperking.
Om meer inzicht te krijgen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van de huidige populatie dove en slechthorende kinderen, met speciale aandacht voor de CI-kinderen, werden onder leiding van Prof. C. Rieffe recent enkele onderzoeksprojecten opgestart in Nederland, waaraan ook meegewerkt wordt vanuit KIDS-Hasselt (B).
De volledige tekst van de oratie van Prof. C. Rieffe kun je downloaden via:
http://www.focusonemotions.nl/files/Rieffe%20Oratie.pdf .
Meer informatie over het werk van de nieuwe hoogleraar, kun je vinden op de volgende websites: http://www.focusonemotions.nl, http://www.kindenemotie.nl en
http://www.emoties1tot5.nl .

-25 februari werd uitgeroepen tot Internationale CI-dag
   De Spaanse CI-gebruikers organisatie AICE (Asociaciones de Implantados Cocleares de Espana) hebben 25 februari uitgeroepen tot Internationale CI-dag, een dag waarin ze de CI-gebruiker wereldwijd in de kijker willen plaatsen. Waarom 25 februari?
Omdat op 25 februari 1957 de eerste cochleaire implantatie werd uitgevoerd in Frankrijk door de artsen Dr. Djourno en Dr. Eyres. Zij waren de eersten die de gehoorzenuw probeerden elektrisch te stimuleren met één electrode buiten de cochlea.
In Spanje zullen in de toekomst elk jaar op die dag tal van activiteiten georganiseerd worden rond 'Cochleaire Implantatie'.

-Nieuwe Veldnorm inzake Cochleaire Implantatie in Nederland sind 1 juli 2008 (bron: www.opciweb.nl )
Om tot een goede kwaliteitsontwikkeling te komen hebben CI-centra 4 jaar lang alle cochleaire implantaties bij jonge kinderen uitgevoerd binnen het kader van de Wet Bijzondere Medische Verrichtingen (WBMV). Alleen ziekenhuizen die aangewezen waren door de minister van VWS mochten de behandeling uitvoeren.
In de loop van de jaren is het aantal CI-teams dat volgens deze WBMV-aanwijzing mocht behandelen uitgegroeid tot 7. De CI-teams van deze ziekenhuizen committeerden zich in deze periode aan de Landelijke Richtlijn voor cochleaire implantatie bij prelinguaal dove en ernstig slechthorende kinderen 2005.
Op 30 juni 2008 liep deze WBMV-aanwijzing af. Veel betrokkenen maakten zich zorgen om het zogenaamde 'vrijgeven' van cochleaire implantatie. Bij deze behandeling gaat het immers niet alleen om een vakkundig uitgevoerde operatie. Een zorgvuldige voorlichting en begeleiding in het voortraject en een evenzo zorgvuldige revalidatie en begeleiding in het natraject vereist inbreng van een heel scala aan medische maar vooral paramedische specialisten. Al deze specialisten moeten in het belang van hun cliënt bovendien goed samenwerken en communiceren.
Om na het verlopen van de WBMV-aanwijzing de kwaliteit van het hele traject van cochleaire implantaties blijvend te waarborgen én uit te breiden naar alle leeftijdsgroepen, hebben de CI-centra en andere betrokken veldpartijen zich ingespannen om te komen tot een Veldnorm Cochleaire Implantatie.
Vanaf 1 juli 2008 mag iedere medische instantie die voldoet aan de Veldnorm Cochleaire Implantaties de behandeling uitvoeren, bij volwassenen zowel als bij kinderen.
De veldnorm is opgesteld door het CI-ON (CI-Overleg Nederland, de verenigde CI-teams van de academische ziekenhuizen) na uitgebreid overleg met OPCI alsook met de Landelijke Begeleidingscommissie Gezinsbegeleiding dove kinderen (LGB).
De Veldnorm Cochleaire Implantatie kan gebruikt worden als toetsingskader voor alle betrokkenen: artsen en andere hulpverleners in het CI-traject, individuele patiënten, belangenorganisaties, gezinsbegeleidingsdiensten, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de zorgverzekeraars.
Een systeem van visitaties, waarbij de bestaande CI-teams en eventueel nieuwe centra bezocht zullen worden door een afvaardiging van CI-ON, OPCI en de gezinsbegeleidingsdiensten, zal de kwaliteit van de huidige CI-teams en eventueel nieuwe centra nog verder moeten verbeteren.
Een belangrijk element in de Veldnorm Cochleaire Implantatie 2008 is dat de eindverantwoordelijkheid voor het hele traject van cochleaire implantatie (selectie, voorzorg, implantatie, afregeling, revalidatie en permanente nazorg) ondergebracht wordt bij de CI-teams.
De volledige tekst van de veldnorm cochleaire implantatie kunt u hier downloaden.


-
Op vakantie met een Cochleair Implantaat. Waar moet je aan denken?
Enkele tips voor personen met een cochleaire implantaat die op vakantie gaan:
-in de wagen kan een FM-systeem een interessant hulpmiddel zijn om in deze lawaaierige omgeving toch met je partner of kind te kunnen praten.
-als kleine kinderen in zand of in de nabijheid van water spelen, steek dan de spraakprocessor in een plastiek zakje, dan is het extra beschermd tegen zand en vocht.
-stel de spraakprocessor niet bloot aan extreme temperaturen (-20° of + 50°). Laat dus de spraakprocessor in de zomer niet in je auto liggen als die op de zon staat.
-indien je met het vliegtuig reist, is het verstandig bij de veiligheidscontrole te melden dat je of je kind een CI draagt. Zorg er dan ook voor dat je je CI-pasje bij hebt ter verantwoording. Tijdens opstijgen en dalen moet je de spraakprocessor even uitschakelen (zoals bij een laptop) om de technische apparatuur van het vliegtuig niet te storen.
-zorg er ook voor dat je reserveonderdelen en voldoende batterijen meeneemt. Gebruik je oplaadbare batterijen, vergeet dan de oplader niet en eventuele adapter voor het stopcontact.
-ga je met het vliegtuig, steek dan je reserveonderdelen in je handbagage. Zo heb je minder kans dat ze beschadigd worden en bovendien zijn de scanners van de handbagage minder sterk dan deze van de vaste bagage, wat de kans het veroorzaken van een storing erg beperkt.
-je mag met je inplant ook zonder problemen door de metaaldetector wandelen. Je merkt dit niet eens. Enkel als je apparaat op de T-stand zou staan, hoor je wat gezoem.
-Reis je alleen is het toch aangeraden om even de hostess te verwittigen dat je een inplant draagt en dat je de instructies die via de luidsprekers worden meegedeeld niet kunt verstaan.
-Uw inplant kan ook niet interfereren met de boordapparatuur omdat de zender een bereik heeft van maximaal 1,5 meter. Toch wordt het in Amerika aangeraden om uw implantaat even af te zetten tijdens het opstijgen en het dalen.
-hou rekening met extra zweten en eventueel hoge vochtigheidsgraad op vakantie. Vergeet dan niet de droogzakjes en droogtabletten te gebruiken. Aan het strand moet je heel voorzichtig zijn met zand en water. Bij kinderen is het beter om het daar zelfs niet te dragen.
-beschik je over je eigen fittingmap (op diskette) of een reserve spraakprocessor, vergeet deze dan niet mee te nemen.
-doen er zich toch nog andere problemen voor, die je zelf niet kan oplossen, neem dan contact op met je begeleidend team in Nederland of België.(zet dit telefoonnummer in je mobiele telefoon) Ook is het aan te raden om vooraf na te gaan of jouw CI-merk een vertegenwoordiger heeft dicht bij je vakantiebestemming. Ook zij kunnen je eventueel uit de nood helpen.

-Slechthorend in het hightech tijdperk, Inaugurale rede door Prof. Ir. Ad Snik
Op 12 januari 2007 sprak Prof. Ir. Ad Snik zijn inaugurale rede uit:"Slechthorend in het hightech tijdperk", en dit bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Audiologie aan de Universiteit van Nijmegen. Prof. Ir. Ad Snik is sinds 1989 verbonden aan de afdeling KNO van het Radboudziekenhuis en is sinds 2000 hoofd van het Audiologisch Centrum te Nijmegen.
In zijn rede stond Ad Snik stil bij het feit dat er in de hedendaagse maatschappij zeer hoge eisen gesteld worden aan communicatie en dus ook aan een goed gehoor. Recente technologische ontwikkelingen in de micro-elektronica en biomaterialen hebben nieuwe mogelijkheden gebracht voor mensen voor wie voordien geen goede revalidatie voor handen was. De nieuwe technieken betreffen het akoestische horen (digitale hoorapparaten en middenoor-implantaten (MEI), elektrisch horen (cochleaire implantaten (CI) en hersenstam implantaten (ABI) en beengeleiding (BAHA-hoortoestel en wederom middenoorimplantaten). Ten aanzien van cochleaire implantaten heeft Prof. Ir. Snik al heel wat onderzoek gedaan. In zijn rede gaf hij een zeer duidelijk en begrijpbaar overzicht van al deze hoorhulpmiddelen.
De volledige inaugurale rede van Prof. Ir. Ad Snik is te downloaden als pdf-file via: www.ru.nl/aspx/download.aspx?File=/contents/pages/11712/120107snikad.pdf



-
"Leids KNOOPpunt", Oratie door Prof. Dr. Ir. J.H.M. Frijns bij zijn benoeming tot hoogleraar Keel-, Neus- en Oorheelkunde aan de Universiteit van Leiden:

Vrijdag 17 februari 2006 aanvaardde Prof. Frijns het hoogleraarsambt op gebied van Keel-, Neus- en Oorheelkunde aan de Universiteit van Leiden. Ter gelegen hiervan sprak hij zijn oratie uit, waarin de klemtoon duidelijk lag op cochleaire implantatie.
Graag willen we enkele belangrijke punten uit zijn toespraak hier aanhalen.
In de titel van zijn oratie verwijs het acronym "KNOOPpunt" naar: KNO, Natuurkunde, Onderzoek, Onderwijs en Patiëntenzorg. Het KNO-gebied moet volgens Prof. Frijns het "knooppunt" zijn van al deze begrippen. Ook tijdens zijn redevoering zullen slechthorendheid en doofheid besproken worden vanuit deze verschillende begrippen, hetgeen een erg open en multidisciplinaire kijk geeft op de zaak.
De titel van zijn oratie is dan ook in het bijzonder van toepassing op Cochleaire Implantatie, een gebied waarin Prof. Frijns reeds van in 1988 in Leiden actief betrokken is.
Hij gaat dan ook verder in op de uitstekende resultaten die vooral bij doofgeworden volwassenen en doofgeboren kinderen behaald worden. Maar staat ook stil bij een aantal beperkingen, die aanleiding vormen voor fundamenteel en klinisch wetenschappelijk onderzoek:
-hoe kan het inwendige deel (de elektrodenbundel met 12 tot 22 contacten) de functie van 3000 binnenste haarcellen overnemen? door meer elektroden aan te brengen? door de elektroden dichter bij de te prikkelen zenuwvezels te leggen, door de stimulatiesnelheid te verhogen? door gebruik te maken van neurotrofe factoren en stamcellen om de zenuwvezels naar de elektrode te laten groeien?
-hoe kan de waarneming van muziek en toonhoogtevariatie met een CI verbeterd worden ? Via tussenliggende (fictieve) elektroden die tussenliggende toonhoogtes creëren, want nu zijn slechts 3 fysieke elektrodencontacten per octaaf beschikbaar. Door de (vooral diepe) elektrodes preciezer in te brengen of door fase-informatie hoorbaar te maken?
Tot slot geeft Prof. Frijns aan dat zijn jongensdroom is uitgekomen: de combinatie van medisch- specialistische en fysische kennis stellen hem in staat om, samen met collega's, op zoek te gaan naar antwoorden op bovenvermelde vragen. Antwoorden waar uiteindelijk vooral de patiënt beter zal van worden.
De volledige tekst van de oratie is te downloaden via de website van de Universiteit Leiden:
http://www.nieuws.leidenuniv.nl/content_docs/leids_knooppunt.pdf



-"Spraakverstaan en levenskwaliteit na cochleaire implantatie" is de titel van het doctoraal proefschrift van Katrien Vermeire, hoofdaudiologe van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, dat op11 mei 2006 door haar werd verdedigd. Promotor was Prof. Dr. P. Van de Heyning en Co-promotor Dr. Ir. J. Brokx.

In dit proefschrift haalt Katrien Vermeire aan dat cochleaire implantatie , niet enkel een invloed heeft op het horen en spraakverstaan, maar ook op de dagelijkse activiteiten en het sociaal functioneren. In haar proefschrift werd een uitgebreid evaluatiemodel uitgewerkt waarin zowel audiologische testen als Quality of Live(QoL)-testen zijn opgenomen. Dit evaluatiemodel werd vervolgens gebruikt om het resultaat van een cochleaire inplant te evalueren bij verschillende groepen van patiënten waarbij cochleaire implantatie lang onder discussie lag of nog niet werd uitgevoerd. Het zijn vooral patiënten met bepaalde neurologische aandoeningen.
-In eerste instantie werd het evaluatiemodel toegepast op patiënten met auditieve neuropathie. Bij deze aandoening wordt bij klinisch audiologisch onderzoek vastgesteld dat Oto Akoestische Emissies aanwezig zijn en dat de BERA-patronen afwezig of sterk afwijkend zijn. Bij kinderen die doof zijn ten gevolge van hyperbilirubine, wordt vaak auditieve neuropathie vastgesteld. Het onderzoek van Vermeire toont aan dat kinderen met auditieve neuropathie goede resultaten kunnen behalen met een cochleaire inplant.
-Vervolgens paste zij haar evaluatiemodel toe op volwassen patiënten die doof zijn ten gevolge van een dominante erfelijke aandoening, DFNA9 genoemd. Deze patiënten hebben een progressief gehoorverlies dat meestal pas na de leeftijd van 40 jaar aanvangt, maar hebben daarnaast ook veel last van evenwichtsstoornissen. Een cochleaire inplant zorgt ook bij deze personen voor een beter spraakverstaan en tot een verbeterde kwaliteit van leven.
-De studie naar de resultaten van cochleaire implantatie bij oudere personen (> 60 jaar) toont aan dat deze patiënten significant slechter scoren op spraakverstaanbaarheidstesten (in vergelijking met hun jongere collega's), maar dat ze wel een vergelijkbare verbetering aangeven op vlak van levenskwaliteit.
-Tot slot paste Katrien Vermeire haar evaluatiemodel nog toe op patiënten met nog restgehoor en op patiënten met een unilateraal gehoorverlies. De patiënten met restgehoor kregen een Elektrisch Akoestisch Stimulatie, waarbij de lage tonen gestimuleerd werden via een hoorapparaat en de midden/hoge tonen via een inplant. Ook bij deze groep werd een duidelijk verbetering op vlak van spraakverstaan vastgesteld, vooral in omgevingslawaai en ook deze personen gaven aan dat hun levenskwaliteit fel was verbeterd.
De studie van CI na unilaterale doofheid en indringende tinnitus (oorsuizen) tonen aan dat het spraakverstaan in het dagelijks leven evenals de levenskwaliteit significant kan verbeteren via een cochleaire inplant op het dove oor.
Dankzij een doctoraal proefschrift zoals dit van Katrien Vermeire kan weer een antwoord gegeven worden op een aantal vraagtekens binnen het cochleaire inplant domein.


-
Meningitis en CI

*In Februari 2006 verscheen in het Amerikaanse tijdschrift 'Pediatrics, Vol. 117 No. 2, 2006, pp. 284-289' een artikel dat blijvend aandacht vraagt voor 'meningitis bij personen met een cochleair implantaat'. Het is een publicatie van: Krista R. Biernath, MDa, Jennita Reefhuis, PhDa, Cynthia G. Whitney, MDb, Eric A. Mann, MD, PhDc, Pamela Costa, MAa, John Eichwald, MAa and Coleen Boyle, PhDa met als titel: "Bacterial Meningitis Among Children With Cochlear Implants Beyond 24 Months After Implantation".

In deze studie werden 4265 Amerikaanse CI-kinderen jonger dan 6 jaar opgevolgd, tot 4 jaar na hun inplant.Allen werden geïmplanteerd tussen januari 1997 en september 2002. De eerste 2 jaar na de inplant kregen 26 kinderen meningitis. In het derde en vierde jaar na implantatie nog eens 6 kinderen. Dit percentage ligt 30 maal hoger dan bij horende kinderen. Maar na onderzoek blijkt dat praktische alle kinderen met meningits geïmplanteerd werden met het Amerikaanse Clarion systeem, dat in die periode gebruikt werd. Samen met de electroden werd bij alle patiënten een positioner aangebracht, die de electrodenbundel dicht bij de modiolus (=binnenwand van het slakkenhuis) moest brengen. Na 15 september 2002 werd dit systeem uit de handel genomen.
Toch raden de onderzoekers aan om iedereen die geïmplanteerd wordt vooraf te vaccineren tegen meningitis en er ook nadien altijd aandachtig voor te zijn. (zie verder op deze pagina)

*In het voorjaar van 2002 verschenen de eerste rapporten over een mogelijk verband tussen bacteriële meningitis en cochleaire implantatie. In juli 2002 publiceerde het Amerikaanse "Food and Drug Administration" (FDA) dat kinderen met een cochleaire implantatie een grotere kans ("CI-recipients may be at greater risk for meningitis") kunnen hebben op hersenvliesontsteking.(zie http://www.fda.gov/cdrh/safety/cochlear.html ). Er werd een onderzoek ingesteld en wereldwijd werden alle CI-patiënten die een meningitis hadden opgedaan, geregistreerd. In mei 2003 werden de laatste nieuwe gegevens aan het rapport toegevoegd:
Bij de meer dan 60000 implantaties die wereldwijd werden uitgevoerd, werden 118 gevallen van meningitis geregistreerd: 55 hiervan in de Verenigde staten en 63 verspreid over de andere landen. Een grote meerderheid van hen droeg een groter risico op meningitis omwille van: eerdere meningitis, misvorming van het slakkenhuis of schedelfracture. De overige patiënten waren vooral kinderen, jonger dan zes jaar. Hierbij werd vastgesteld dat de meesten geïmplanteerd waren met een systeem dat naast de electrode een "positioner" inbrengt in het slakkenhuis, met de bedoeling de elektrode mooi tegen de binnenkant van het slakkenhuis (dicht bij de gehoorzenuw) aan te brengen. Advanced Bionics Corporation, de firma die de positioner gebruikt, nam het systeem met positioner in juli 2002 onmiddellijk uit de handel. Het systeem mag van de FDA wel verder gebruikt worden, maar zonder positioner.
33 patiënten waren jonger dan zeven jaar en 32 kregen de meningitis binnen het jaar na de implantatie.Tevens bleek dat personen die doof waren ten gevolgen van meningitis, meer kans maakten op een nieuwe infectie. Ook de personen met een misvorming van het slakkenhuis lopen blijkbaar een iets groter risico.
Omwille van dit mogelijk risico werd dan ook aanbevolen om preventief alle CI-patiënten te vaccineren tegen meningitis. De vaccinatieschema's kunnen van land tot land lichtjes verschillen en we moeten er tevens rekening mee houden dat een vaccinatie geen bescherming biedt tegen alle vormen van meningitis.

 

Ook in Nederland en België werd dit mogelijk probleem besproken en de Hoge GezondheidsRaad (H.G.R.) publiceerde op 5 december 2002 een advies betreffende "de vaccinatie van cochleaire implantaten dragers of patiënten die kandidaat zijn voor de implantatie":

"Overwegende dat de Food and Drug Administration van de Verenigde Staten onlangs rapport heeft uitgebracht over een surveillance van bacteriële meningitis bij dragers van cochleaire implantaten;
Dat deze surveillance erop wijst dat :
-het risico van bacteriële meningitis verhoogd is voornamelijk bij dragers van cochleaire implantaten of bij patiënten die kandidaat zijn voor de implantatie, omwille van predisponerende factoren verbonden aan pathologieën of misvormingen, die aan de oorsprong liggen van hun handicap.
-het risico in het bijzonder verhoogd is tijdens de peri-operatieve periode van de implantatie.
na de peri-operatieve periode, de incidentie van bacteriële meningitis terugvalt op het peil van de algemene bevolking.
-pneumokok de meest frequent betrokken kiem is.
Alhoewel er geen gegevens beschikbaar zijn over de doeltreffendheid van vaccinatie tegen invasieve infecties die specifiek zijn voor deze patiëntengroep, beveelt de H.G.R. aan dat het hele vaccinatieschema nauwgezet gevolgd wordt bij deze patiënten, dat een zo volledig mogelijke vaccinatiegraad tegen de kiemen verantwoordelijk voor invasieve bacteriële infecties bij deze patiënten behaald wordt en dit, in de mate van het mogelijke, vóór de plaatsing van het implantaat.

Voor kinderen jonger dan 5 jaar :
Geconjugeerde vaccins tegen Haemophilus influenzae type b, meningokok van groep C en pneumokok (7 serotypes) maken het mogelijk vanaf de leeftijd van 2 maanden tegen deze invasieve bacteriën te vaccineren. De eerste twee vaccinaties zijn opgenomen in het basisvaccinatieschema van het kind (cf. basisvaccinatieschema van het kind 2002-2003).
Het geconjugeerde vaccin tegen pneumokok is geregistreerd maar nog niet beschikbaar in België, terwijl dit wel het geval is in sommige buurlanden. (o.a. Nederland) De H.G.R. heeft de Overheden bevoegd voor gezondheid aangesproken om de voorwaarden te bepalen waaronder de risicogroepen voor pneumokokkeninfectie, waarvan kinderen met cochleaire implantaten deel uitmaken, toegang krijgen tot dit vaccin.
Als het geconjugeerde vaccin beschikbaar is, kan het volgende schema worden voorgesteld:

Tabel 1 : Aanbevelingen inzake vaccinatie met het geconjugeerde vaccin tegen Pneumokokken (Pnc) vóór de leeftijd van 24 maanden

 

 

Er bestaat in België een niet-geconjugeerd polysaccharide vaccin tegen 23 serotypes van de pneumokok (PS23), dat vanaf de leeftijd van 24 maanden kan toegediend worden. Het gebruik van dit vaccin, hoewel minder immunogeen dan het geconjugeerde vaccin, laat toe het aantal serotypes waartegen een bescherming door vaccinatie mogelijk is uit te breiden.
Rekening houdend met het feit dat een aantal kinderen tussen 2 en 5 jaar reeds gevaccineerd werd door middel van één van beide vaccins, kunnen de volgende aanbevelingen inzake vaccinatie worden geformuleerd.

Tabel 2 : Bijzondere aanbevelingen inzake vaccinatie tegen pneumokok met het geconjugeerde vaccin (Pnc) of het polysaccharide vaccin (PS23) voor kinderen die een hoog risico van pneumokokkeninfectie vertonen (onder andere dragers van cochleaire implantaten of kandidaten voor dergelijke implantatie).

 

 

 

 


Voor de patiënten ouder dan 5 jaar :
Het geconjugeerde vaccin tegen Haemophilus influenzae type b is niet meer aangewezen, vermits de invasieve infecties, veroorzaakt door deze kiem, vanaf die leeftijd uitzonderlijk zijn. De vaccinatie tegen pneumokok zal met het polysaccharide vaccin met 23 valenties worden uitgevoerd. Het zal bij hoog risicopatiënten om de 5 jaar worden herhaald.
De vaccinatie met het meningokok C vaccin is daarentegen wel aangewezen want dit serotype circuleert in België en de bescherming, verleend door het geconjugeerde vaccin, is zeer goed en van lange duur. Het polysaccharide meningokokkenvaccin moet daarentegen niet systematisch toegepast worden bij deze patiënten aangezien de bescherming tegen de types A, W135 en Y in ons land niet nodig is en de beschermingsduur maximum 3 jaar bedraagt."

Correspondentieadres :
Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu
Hoge Gezondheidsraad
Adres: Esplanadegebouw 1204 - R.A.C.
Pachecolaan 19 Bus 5
B-1010 BRUSSEL
Fax: 02/214.43.13
E-mail: guy.devleeschouwer@health.fgov.be

http://www.health.fgov.be/CSH_HGR/Nederlands/Advies/Advies_Cochleaire_Implantaten_.htm



Deze pagina maakt onderdeel uit van frames. Indien u door toeval enkel deze pagina ziet en niet het volledige scherm met logo en adresbalk bovenaan en een navigatiemenu links, kunt u hier klikken om naar de volledige website te gaan. Met excuses als de website niet meteen correct werd geopend.
Naar http://www.onici.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar boven van de pagina