CI-volwassenen

In april 2011 stelde het Revalidatiecentrum Sint Lievenspoort uit Gent, in samenwerking met de firma's Advanced Bionics en Cochlear een leuke brochure samen met tal van informatie voor volwassen doven over cochleaire implantatie. Je kan deze 20- pagina's tellende brochure hier downloaden of een uitgeprinte versie aanvragen bij bovenvermeld revalidatiecentrum, Sint-Lievenspoortstraat 129, 9000 Gent: Tel. 09 268 26 26.

* CI-commissie van de

Binnen de Nederlandse Vereniging Voor Slechthorenden (NVVS) is een aparte commissie opgericht voor CI-gebruikers. De doelstellingen, van deze commissie zijn:

  • belangenbehartiging, ondermeer bij de Ziekenfondsraad, het ministerie van VWS, en andere instellingen op het gebied van de medische zorg. In de commissie zitten vijfgebruikers van een CI en twee ouders van een kind met een CI.
  • informatieverstrekking aan geïmplanteerden en hun partners, en aan anderen door het ontwikkelen van informatie- en voorlichtingsmateriaal en zorgdragen voor een goede verspreiding ervan;
  • hulp en ondersteuning bieden aan geïmplanteerden en hun partners bij problemen met apparatuur; mogelijke hulpapparatuur; sociale voorzieningen; maatschappelijke problemen;
  • verzorgen van contacten, door het organiseren van bijeenkomsten en van het CI-forum (dit laatste in samenwerking met de stichting "Plotsdoven")
  • belangrijke informatie vanuit de commissie wordt regelmatig in het tijdschrift "HOREN" gepubliceerd.
  • contact onderhouden met belangengroepen in andere landen.
  • Op dit ogenblik is deze commissie niet meer actief, maar in de nabije toekomst zou ze opnieuw opstarten.


    Rapport Cochleaire Implantatie.
    Het rapport "het belang van Cochleaire implantatie voor gehoorgehandicapten: de sociale en economische integratie" is opgesteld door de Commissie Cochleaire Implantatie waarin de NVVS, de Stichting Plotsdoven , de FOSS en de FODOK participeren. Het rapport is gebaseert op 179 volwassen CI-dragers in Nederland. Uit dit rapport blijkt dat een CI in belangrijke mate bijdraagt aan de verbetering van de sociaal-maatschappelijke participatie van mensen met een ernstige auditieve beperking.
    De samenvatting van het rapport vind je in bijgevoegde pdf-fileNVVS Rapport samenvatting.pdf

    * De vzw ONDER ONS is een Vlaamse vereniging van en voor volwassen slechthorenden en doofgewordenen.

    Zij is actief via kleinschalige werkgroepen in heel Vlaanderen, waar je mensen kan ontmoeten die zich in dezelfde situatie bevinden, waar je allerlei informatie kan bekomen en waar je ook een cursus spraakafzien of totale communicatie kan volgen.
    Deze vereniging richt zich dus niet alleen tot personen met een cochleaire inplant, maar aangezien het aantal doofgeworden mensen met een CI toeneemt, worden regelmatig specifieke informatieavonden georganiseerd rond dit thema.
    Zo had er op 16 november 2002 nog een samenkomst plaats in Antwerpen rond het thema "Leven met een cochleaire inplant". Voor degenen die geïnteresseerd zijn in enkele getuigenissen, klik op http://onderons.topcities.com/dossierCIdeel2.doc .

    * CI-jongeren

    -Een leeftijdsgroep die er altijd wat tussenuitvalt zijn de jongeren tussen 10 en 19. Zij voelen zich geen kinderen meer, maar ook geen volwassenen. Zij hebben ook andere behoeften, interessen en problemen. In Engeland heeft men deze behoeften ingezien en hebben nu de jongeren met CI een eigen website. Meer info op http://www.ci-4teenz.com

    -In Nederland is een nieuw internetforum opgezet voor jongeren met een CI. Zij willen op deze manier het lotgenotencontact onder CI-gebruikers vergroten. Het forum is bereikbaar op: http://www.cochlearimplants.yourbb.nl/

    *Europese CI-gebruikersvereniging

    Alle landelijke verenigingen van CI-gebruikers binnen Europa zijn sinds 1995 verenigd in"EURO-CI", the European Association of Cochlear Implant Users. Meer informatie hierover kun je vinden op hun website http://eurociu.implantecoclear.org



    *EDIC, een Waalse vereniging voor volwassenen met een cochleaire inplant.

    Bij onze Franstalige collega's uit Wallonië is een nieuwe vereniging opgericht voor volwassen CI-gebruikers. De vereniging noemt EDIC (Entraide des Implantés Cochléaires) . Voor meer informatie stuur je best een email naar edicasbl@hotmail.com .

    * Enkele ervaringen van volwassen CI-gebruikers:

    Pierre Aengenend rijdt rally met een CI : (bron: http://www.cochlear.com/benl )
    Pierre Aengenend kreeg op de leeftijd van 10 jaar van zijn KNO-arts te horen dat hij progressief doof werd en op latere leeftijd volledig doof kon worden. Ook vertelde ze hem dat hij later een opleiding moest kiezen, waar je nadien niet in een luidruchtige omgeving zou terecht komen. Echter, Pierre was bezeten van auto's en alles wat met auto's te maken had. De ouders van Pierre hadden een kwekerij en vonden het beter dat hun zoon een opleiding in deze richting zou volgen. Pierre behaalde zijn vakdiploma, volgde een management opleiding, maar kon de auto's en de autosport niet los laten. Pierre vertelt zijn verhaal:
    "In 1969, nadat ik mijn rijbewijs had gehaald, kocht ik zelf een echte rally auto en begon kleine rally's op lokaal niveau te rijden. Ik had de grootste lol, maar mijn navigator niet omdat die zich rot schreeuwde om zich verstaanbaar te maken. Hiervoor vond ik een oplossing en bouwde als één van de eerste een intercom in de helmen, zo heb ik drie jaar op provinciaal niveau gereden.
    Vanaf 1972 namen we deel aan het Nederlands kampioenschap en in 1975 gingen we zelfs internationaal. In dit laatste jaar nam ik ook het bedrijf van mijn vader over, waardoor het tot 1976 erg druk werd en ik maar een paar rally's kon rijden. Maar vanaf 1977 ging ik weer voluit met een Ford escort RS2000 mk2 voor het Europees kampioenschap. Twee jaar later kreeg ik het voorstel om enkele grote Europese en enkele WK rally's met een fabrieksauto Triumpf TR7 te gaan rijden.
    Tijdens de 24-uren van Ieper maakte ik echter een grote fout en geraakte van de weg, doordat ik mijn navigator niet meer kon verstaan. Tijdens een volgende rally gebeurde hetzelfde en besliste ik om ermee te stoppen. Mijn gehoor was in korte tijd zo ernstig achteruit gegaan dat rally rijden niet meer kon.
    Ik ben weer naar de KNO-arts gegaan en ik kreeg 2 sterke hoortoestellen waar ik redelijk mee kon horen. Het rally rijden was jammer genoeg voorbij. De volgende twintig jaar verliep alles rustig. Ik ging trouwen, kreeg twee kinderen, huisje boompje beestje . ..
    Maar in 1998 gebeurde het waarvoor ze mij op tienjarige leeftijd voor gewaarschuwd hadden. Ik werd in een tijdsbestek van enkele maanden helemaal doof. Omdat ik hier niet mee om kon, ging er van alles mis in mijn leven. Ik verloor hierdoor mijn gezin, mijn bedrijf en mijn vrienden. Ik kon niet accepteren dat ik doof was en werd doorverwezen naar dokter Sleeboom, de beste psychiater voor dove patiënten in Nederland.
    Op het eind van de behandeling werd mij gevraagd of ik voor een CI in aanmerking wilde komen. In juni 2008 kreeg ik mijn cochleair implantaat, wat was ik blij! Sinds de eerste dag met mijn CI luister ik naar het fluiten van de vogels en dat doe ik nog elke dag. Het ging steeds beter met mij en de behandeling bij de psychiater werd afgebouwd, de zware medicijnen bleven in de kast liggen.
    Inmiddels hebben we een vriendenclub opgebouwd met allemaal oude Ford Escort liefhebbers. Hier kwam ook ter sprake of ik nog eens een rally zou willen rijden. Willen heel graag, maar kunnen dat is wat anders. Mijn dochter Fiona heeft al enkele jaren het rallyvirus te pakken en heeft ook al ervaring opgebouwd. Zij was best bereid om te navigeren. Met de steun van mijn vrienden hebben we de Ford Escort voorbereid. We plaatsten een ringleiding in de auto maar dit stoorde teveel. We kwamen op het idee om rechtstreeks een microfoon op het CI-toestel aan te sluiten.
    In november 2010 reden we een kleine proefrally van ongeveer 150km en dat verliep voortreffelijk. Dus schreven we ons in voor de rally Boucles de Spa in België. Op 19 februari 2011 was het zover. De zenuwen gierden door het lichaam, de nacht ervoor geen oog dicht gedaan, maar het was een gezonde spanning die ik al jaren niet meer had gevoeld. Ook deze rally verliep voortreffelijk. We hadden een heerlijke dag en eindigden op plaats 43 van de 160 deelnemers. Nu het rallyvirus weer in alle genen zit, hebben we het er al over gehad om in 2012 opnieuw in te schrijven voor de Boucles de Spa . . . Mijn levenskwaliteit is met mijn CI weer een stuk beter geworden.

    Mabel Strik speelt saxofoon met een CI : (uit Woord en Gebaar,2, 2011)
    Mabel Strik is horend geboren in een muzikale familie, maar werd op de leeftijd van 2;6 jaar slechthorend door een hersenvliesontsteking. Maar op haar 21ste werd zij volledig doof. Zij was 10 jaar doof en liet zich op 31 jarige leeftijd implanteren. Na 7 jaar CI-gebruik nam zij het besluit om te starten met saxofoon lessen en dat volgt ze nu al 2;6 jaar en met groot succes.
    Mabel komt wel uit een muzikale familie: haar vader is drummer in een band en bespeelt ook nog andere instrumenten. Haar zus heeft het conservatorium in Tilburg gedaan en zingt nu als sopraan in een groepje, maar speelt ook piano en dwarsfluit. Zelf had ze als kind wel gevoel voor ritme, maar het bespelen van een muziekinstrument was haar nooit gelukt. Pas toen zij haar man leerde kennen, werd ze meer bewust van muziek. Hij liet haar door liplezen zien wat er gezongen werd en probeerde ik zelfs met hem mee te zingen. Zij had nooit gedacht dat zij met een CI zo goed zou kunnen horen.
    Vlak na haar CI-operatie had haar zus haar eerste optreden in een musical en dat was volgens haar de eerste keer dat ze merkte dat ze terug muziek kan waarnemen. Ze mocht na afloop ook nog achter de schermen en toen kwamen de tranen want dat was heel bijzonder voor haar. Nu volgt zij al 2;6 jaar saxofoon. Zij speelt alleen en krijgt ook individueel les. In groep spelen is immers heel moeilijk. Zij heeft wel al eens een keertje meegespeeld in een groep met 8 saxofonisten, een drummer en een pianiste en dat vond ze echt geweldig. "Maar ik moest toen wel mijn eigen plekje vinden", vertelt Mabel, "want door de andere muzikanten kon ik mezelf niet meer horen". Nu oefent ze soms een duet samen met haar muzieklerares of samen met haar dochter die nu ook piano speelt. Dat vindt ze pas leuk. Zij vraagt zich soms wel af wat haar dove vrienden hier van vinden, want eigenlijk heeft zij dit nog nooit gevraagd.
    Als haar gevraagd wordt of zij een tip heeft voor andere dove en slechthorenden die een muziek instrument willen bespelen dan antwoordt ze: "niet aarzelen, doe wat ik heb gedaan. Lukt het niet, dan heb je het ten minste geprobeerd."
    Onlangs kreeg ze wel een vreemde reactie in een muziekwinkel toen zij op zoek was naar partituren. Een mevrouw die haar hielp pakte al pratend iets van onder de toonbank. Toen ik vroeg om dit even te herhalen omdat ik doof was, keek zij heel erg verbaasd (en vroeg zij zich duidelijk af wat ik dan daar in die muziekwinkel deed). Maar voor de rest is saxofoon spelen een leuke hobby.

    Roos Pinxten-Creemers :
    Roos Pinxten is nu (2011) 53 jaar en woont in Linne in de nederlandse provincie Limburg. Zij is doof van bij de geboorte en in maart 2006 haar 1ste CI. In oktober 2008 kreeg ze zelfs haar 2de CI. Haar ervaringen met de vooronderzoeken, voorbereidingen, operatie's, vervolg, foto's en nog veel meer over mijn 2 CI's is te lezen op mijn website: http://cochlearimplantaat.come2me.nl/

    Jos Oerlemans :
    Jos Oerlemans is een 40-jarige man uit 's Hertogenbosch, die doof is geworden en een cochleair implantaat heeft gekregen. Hij houdt erg van muziek (speel gitaar) en heeft voorije zomer zijn eerste optreden sinds zijn implantatie gegeven. Hij heeft een weblog in het leven geroepen met vooral zijn ervaringen rond 'muziek en CI'. Wil je er meer over lezen kijk dan op http://josoerlemans.blogspot.com


    José Verheul :
    In het Nederlandse Tijdschrift "Plus Magazine" verscheen in september 2010 een interview over
    José Vanheul die op haar 37ste een CI kreeg.
    'Je kan het artikel hier downloaden als pdf-file.


    "Dove hoogleraar
    Jenny Goldschmidt hoort weer dankzij een apparaatje in haar hoofd".
    Artikel in het NRC Handelsblad op zaterdag 10 juli 2010 door Rinskje Koelewijn

    'Het leek alsof ik marsmannetjes hoorde. Het was de arts die tegen me praatte.'De donkerbruine ogen van Jenny Goldschmidt (60) vorsen, peilen, zoeken naar houvast. Met twee handen leunt ze op het katheder in het Utrechtse zaaltje, halfvol met derdejaars-rechtenstudenten die bij haar een vak internationale mensenrechten volgen. Dit college is in het Engels, en het is verplicht. Haar stem lijkt ook te zoeken. Licht nasaal, de klemtoon soms nét mis, een schrille uithaal. Ze lijkt het volume van haar stem te dempen. Alsof ze moet wennen aan het geluid dat ze zelf voortbrengt.
    Vijfenvijftig jaar was Jenny Goldschmidt doof. Toen kreeg ze een cochleair implantaat (CI), een elektrisch apparaatje dat in haar schedelbot achter haar oor geschroefd is. Geluid gaat via een microfoontje bij haar rechteroor rechtstreeks naar de gehoorzenuwen. Ze vertelt over de overgang van doof naar horend alsof het een terloopse gebeurtenis was. Dat ze met de hand aan de deurknop haar kno-arts vroeg of ze toevallig een geschikte kandidaat was voor een CI. Dat was ze. Ze heeft een jaar moeten nadenken of ze het wel wilde. Natuurlijk, de operatie is ingrijpend. Het restje gehoor dat ze nog had in haar ene oor, zou verdwijnen. Maar wat ook zou verdwijnen was haar zwakte, die tegelijk haar kracht was. Ze was 'dat dove meisje'. Het meisje dat op haar zeventiende in haar eentje in Leiden rechten ging studeren. Dat jong promoveerde, trouwde, hoogleraar juridische vrouwenstudies en later mensenrechten werd, twee kinderen kreeg, voorzitter werd van de Commissie Gelijke Behandeling. Zij kon alles wat horenden konden en meer. Ik dacht altijd dat mensen me hooguit anders vonden, maar nooit zielig. Pas na mijnCI vertelden mensen dat ze op een borrel nooit naast me durfden te gaan zitten. Bleek een vriendje het uitgemaakt te hebben omdat hij dat dove toch lastig vond. Ik ben blij dat ik het toen niet heb geweten, nu kan ik het aan. Naarmate ze ouder werd, lukte het minder goed om haar doofheid te compenseren. Altijd anticiperen, altijd opletten omdat ik op geluid niet kon vertrouwen. Iedereen een stap voor blijven. Sneller, vlugger, beter zijn.
    Ze hoort nu met haar hoofd, en dat is totaal anders, zegt ze, dan horen met oren. Geluid gaat rechtstreeks haar hersenen in. Het is ook anders dan horen met een gehoorapparaat, dat het beetje dat ze hoorde alleen versterkte. Als vroeger iemand in mijn buurt nieste, verging ik van de pijn in mijn oren. Dat heb ik nu niet meer. Na de operatie moest ze een half jaar revalideren, om het gepiep en geruis om zich heen te leren herkennen. Het apparaat ging aan, het leek alsof ik marsmannetjes hoorde. Het was de arts die tegen me praatte. Eenmaal thuis ging ik in de tuin zitten. Ik dacht dat het daar stil was. Sommig geluid zal ze nooit leren verdragen. Het ritselen van de krant, het gekletter van bestek in een restaurant. En luisteren blijft lastig. Ik heb er geen antenne voor, dat apparaat is geen garantie dat ik ook geluid ontvang. Ik moet mezelf ertoe dwingen. Om taal te kunnen verstaan, heeft ze nog steeds haar ogen nodig. Daarom kijkt ze zo intens, ze leest de lippen, de ogen, de
    mimiek. Zo moet ze zichzelf praten hebben geleerd. Ze kon het al voor ze één jaar was, zegt ze. Pas jaren later ontdekte de kno-arts dat ze nagenoeg niks hoorde. Ze was al acht.
    Achteraf, zegt ze, is ze haar moeder steeds meer op een voetstuk gaan plaatsen. Omdat zij intuïtief precies dat deed waardoor haar dove dochter kon gedijen. Jenny Goldschmidt woonde alleen met haar moeder in Rotterdam, haar vader was overleden toen ze drie was. Elke avond zaten we samen aan tafel. Ik praatte, zij luisterde. Ik werd verwend met aandacht. Eén op één. Ideaal voor een dove. Alle vriendinnen mochten mee naar huis. Blijkbaar voelde ze dat het belangrijk was om kinderen in mijn wereld te trekken. Ze ging niet naar een dovenschool, kreeg geen aparte behandeling, ze leerde op te gaan in de horende wereld. Groepen kun je als dove beter mijden, maar dat lag niet in mijn aard. Ik zocht altijd één maatje dat mijn tolk kon zijn. Ook als kind, zegt ze, begrijp je dat zoiets alleen maar werkt als je ook iets biedt. Je helpt met huiswerk, wat dan ook. Het moet wederkerig zijn, je moet geen 'dank je wel' hoeven zeggen, want dan ben je zielig.
    Haar moeder was voor alles bang: bang om te fietsen, om over te steken, om ergens op af te gaan. Maar ze wilde dat ik er op uitging. Studeren moest. Mijn vader was uit Berlijn gevlucht. Had daar de beurskrach meegemaakt en had geen enkel vertrouwen in verzekeringen. Mijn ouders lieten hier alles achter toen ze in de oorlog naar Engeland vluchtten. Mijn moeder werd weduwe, er was niks geregeld. Ze wist hoe kwetsbaar je kon zijn.
    Maar ze wilde niet hebben dat haar dochter in Rotterdam ging studeren om bij haar te kunnen blijven wonen. Ik vond het sneu om haar achter te laten, maar daar wilde ze niks van weten. Het werd Leiden, ook al wilde Jenny Goldschmidt zelf naar Amsterdam. Haar kno-arts vond dat een slecht idee. Amsterdam vond hij te groot, te onoverzichtelijk. In Leiden zou ik volgens hem makkelijker een sociaal netwerk kunnen opbouwen. En hij wilde dat ik lid werd van de studentenvereniging VVSL. Ik kon kiezen: ik werd zelf lid, of hij gaf me op.
    Het heeft vast iets met haar doofheid te maken, zegt ze, dat ze zich specialiseerde in de rechten van de mens. De wetten en verdragen die bescherming bieden aan mensen die anders zijn, door hun geloof, geslacht, geaardheid of beperking. De wetten zorgen ervoor dat kwetsbaren niet worden achtergesteld, dat ze zo nodig gelijke behandeling af kunnen dwingen. In haar college vertelt ze de Utrechtse studenten over Martha's Vineyard, een klein eilandje voor de kust van Massachusetts. Door een genetische afwijking was daar bijna de helft van de bevolking doof. Om elkaar te kunnen verstaan leerden alle eilandbewoners
    gebarentaal. Gebarentaal was zo gangbaar dat niemand meer wist wie doof was en wie niet. Wat Jenny Goldschmidt wil zeggen is dat de omgeving bepaalt wie er anders is. Doof ben je alleen als alle anderen horen. Jenny Goldschmidt scoort zeker op drie 'uitzonderingen' (vrouw, doof, Joods). Zij doet geen beroep op regels of wetten, ze lijkt een andere strategie te hebben. Ze gedraagt zich gelijk, om zo gelijk behandeld te worden. Ze is een dove in vermomming. Ze kan het nog steeds, zegt ze. Een hele avond in gezelschap op het goede
    moment lachen of verbaasd kijken. En er geen woord van verstaan. Soms is het lastig dat ze géén uitzondering wil zijn. Als ze college moet geven, bijvoorbeeld, omdat alle hoogleraren dat nou eenmaal moeten. Doodeng. Ze dénkt dat ze duidelijker is gaan praten nu ze beter hoort. Maar Engels blijft lastig. Frans is gemakkelijker. Je weet: de klemtoon valt altijd op de laatste lettergreep.
    Over mensen die wél een beroep doen op het recht, praat ze mild. In 2002 oordeelde de Commissie Gelijke Behandeling, waarvan ze toen voorzitter was, dat een Islamitische man die op een vmbo-school werkte, niet kon weigeren de hand van vrouwen te schudden. Er zaten zestig nationaliteiten op die school. Dan moet er een basis zijn van gemeenschappelijke omgangsvormen. Toen een groep imams een bezoek bracht aan de commissie, vond ze het niet zo'n punt dat ze haar geen hand gaven. Beleefdheid is niet onlosmakelijk verbonden met handen schudden. Met ze praten vond ik belangrijker. Ze tekent cirkels op het tafelblad voor zich: de cirkels overlappen elkaar, ze staan voor de verschillende groepen waartoe een individu kan horen. De Staat, het gezin, de kerk, de school. In elke groep gelden regels, en soms conflicteren die. De overheid kan vinden dat mannen en vrouwen gelijke rechten hebben, maar mag niet bepalen dat jouw man thuis de afwas moet doen.
    De omgeving bepaalt de beperking. Een rolstoel hoeft niet lastig te zijn, maar wel als alle straten zijn opgebroken. De omgeving moet proberen barrières op te heffen, vindt ze, kwetsbaren stimuleren te participeren en zo nodig aanpassingen doen om dat mogelijk te maken. Maar er is een grens. Mag een aan bed gekluisterde man eisen dat de treinen zo worden ingericht dat hij ermee kan reizen? Zij vindt van niet. De man kan zeggen: de trein is niet alleen een vervoersmiddel, maar ook een vorm van sociale interactie en daar wil ik deel van uitmaken. Dan zeg ik: sociale interactie kun je ook elders vinden. Dat hoeft niet
    per se in de trein.
    Ze weet dat een beperking ook voordeel kan opleveren. Ze gebruikte haar doofheid om te kunnen blijven werken toen ze kinderen kreeg. Iedereen begreep dat een dove vrouw echt niet ongestraft een paar jaar thuis kon blijven. Ik zou nooit meer werk krijgen. Toen ze juist iets minder wilde werken, kwam het ook van pas. Mijn directeur zei: zeg niet dat je vrij neemt voor je kinderen, zeg dat het is wegens je doofheid.
    Komend weekeinde komt haar kleinzoon logeren, hij is vijf maanden. Nooit geweten dat een kind zoveel geluid maakt voor het kan praten. Ze is voor het eerst
    zenuwachtig over hoe ze het gaat doen. Zal ik mijn CI inhouden in bed? Of zal ik de wekker om het half uur zetten om te kijken of hij huilt. Nee, met haar eigen kinderen maakte ze zich er niet druk om dat ze ze niet hoorde. Ik wilde het misschien gewoon niet weten. Maar ik was niet roekeloos, alle scenario's voor mogelijk onheil lagen klaar. De dokter woonde in de straat, ik kon er zo heen rennen met een van de trap gevallen kind. Telefoneren kon ik niet.
    's Nachts doet ze haar CI-apparaat altijd uit. Dan hoort ze helemaal niets. 's Ochtends wacht ze soms met het weer aan te zetten. Horen blijft een inspanning. Of nee, niet horen, dat is pas doodvermoeiend. Op het treinperron kon ik nooit rustig een boekje lezen. Altijd kijken naar de andere reizigers om te zien of er iets werd omgeroepen. Als ik nu naar Amsterdam reis, moet ik mezelf verbieden om naar alle omroepberichten te luisteren. Ik moet tegen mezelf zeggen: de problemen met de treinen naar Groningen, Heerlen of Leiden, dat hoef je allemaal niet te horen. Sommige geluiden zal ze nooit leren verdragen. Het gekletter van bestek in restaurants 'ruiken is suggestie! Sinds de CI-operatie is mijn reukvermogen weg'. 'zien is ook horen: alles tegelijk. Niet zien is stilte!' 'tasten associeer ik met gevoelens van angst: tasten doe je in het donker en donker is niet horen, dus heel erg afhankelijk
    zijn, schrikken van alles.' 'zesde zintuig? Misschien zie ik emoties en stemmingen eerder?'

    Simone Meykens
    Zondag 13 april 2008 had er in het ontmoetingscentrum voor doven 'De Schakel' in Hasselt (B) een ontmoetingsnamiddag plaats voor volwassenen met een Cochleair Implantaat (en hun omgeving) uit de Belgisch provincie Limburg. Simone Meykens vertelde er op een zeer boeiende manier hoe zij na implantatie haar gehoor oefende, bij de logopediste maar ook bij haar thuis.
    "Ik werd geïmplanteerd in de zomer van 2006 en draag dus nu bijna twee jaar mijn CI.
    De eerste periode was een onzekere maar ook hoopvolle periode. Ik had vroeger, na mijn eerste ooroperatie, reeds ervaren hoe een belangrijk herstel van mijn gehoor aanvoelt (opnieuw een mug horen zoemen). Daarnaast was ik vóór de implantatie nog in staat om in ideale omstandigheden een vrij goed gesprek te voeren (d.w.z. 1 persoon in vooraanzicht en zonder achtergrondgeluiden). Dit maakte dat ik waarschijnlijk minder euforisch was dan heel wat anderen over het terugvinden van verloren geluiden. Ik was vooral begaan met afwachten, de goede ervaringen nemen voor wat ze zijn en niet te vlug juichen. Het vreemde van het nieuwe geluid viel mij zwaar. Ik was met mijn CI niet meer in staat de stemmen van de mensen om mij heen te herkennen; ik kon geen onderscheid meer maken tussen mannen en vrouwenstemmen. Mijn richtingsgevoel was niet alleen verstoord door het ongelijke horen met beide oren, maar ik kon het ook niet bijsturen door het herkennen van stemmen.
    Ik heb vanaf het begin mijn CI samen met het hoorapparaat aan het andere oor blijven gebruiken. Men had mij erop gewezen dat dit belangrijk was. De synchronisatie van beide apparaten was echter een probleem zodat er vooral bij het waarnemen van stemmen een sterk en storend echo-effect speelde. Dit had als gevolg dat ik voor het spraakverstaan lange tijd mijn oude hoorapparaat uitschakelde. Ditzelfde echo-effect had mij nochtans reeds op de dag van de fitting de prettige ervaring bezorgd dat ik ineens tweestemmig kon fluiten, terwijl mijn broer en zus het in mijn jeugdjaren vervelend vonden dat ik nooit een tweede stem kon houden. Ik hoopte dat de echo een probleem was dat technisch verholpen zou kunnen worden, zodra ik voldoende vertrouwd zou zijn met mijn CI. Maar het bleek dat mijn hersenen het langzame werk zouden moeten doen om die kloof te overbruggen. Uiteindelijk is dit ook in belangrijke mate verbeterd, maar niet helemaal verdwenen. Geduld is een mooie deugd, maar niet altijd eenvoudig.
    Het was belangrijk om onderweg voldoende steun en aanmoediging te ervaren. De momenten van fitting waren niet alleen technisch maar ook psychisch belangrijk. En de logopedische training bood een belangrijk houvast bij het verkennen en verwerven van het nieuwe horen. Ik kreeg op beide vlakken veel lof over de snelle vooruitgang die ik boekte. Maar ik stond daar nogal dubbel tegenover: dit was bemoedigend en ik was er blij om, maar anderzijds kwam dit niet overeen met mijn subjectieve ervaringen. Ik bleef de CI klank vergelijken met de normale nog vertrouwde klanken om mij heen. Mijn perfectionisme speelde mij parten: ik kon slecht verdragen dat het onderscheiden van bepaalde klinkers en medeklinkers plots zo moeizaam ging, terwijl datzelfde onderscheid in mijn hoofd nog zo duidelijk en vanzelfsprekend aanwezig was. Mensen met minder restgehoor zouden naar het schijnt minder moeite hebben hiermee.
    De logopedie verliep in wekelijkse sessies van 1 uur gedurende ongeveer 3 maanden. De eerste vorderingen verliepen vrij snel. Intussen koesterde ik de hoop het spraakverstaan te kunnen leren zoals je de woordenschat van een vreemde taal leert onder de knie te krijgen, door dril en oefening, Het ging echter vooral om het aanscherpen van de concentratie op kleine details van de uitspraak die kunnen helpen bij het onderscheiden van bepaalde klanken van het oefenen bereikt was en dat ik mijn nieuwe mogelijkheden verder zou moeten aanvullen door het betrekken van contextgegevens.Ook het thuis oefenen met mijn man hielp bij het afbakenen van probleemklanken zodat een algemeen probleem van spraakverstaan kon herleid worden tot een probleem met bepaalde klanken. Vaak waren er ook hilarische momenten, wanneer ik compleet wat anders verstond. Na een tijd werd de logopedie ook meer toegespitst op het meer het in kaart brengen van wat niet ging en wat waarschijnlijk moeilijk zou blijven ( p-t-k bv). Zo was de logopedie niet alleen een helpende, maar ook een confronterende ervaring die de vinger legt op wat niet gaat. Na ongeveer 3 maanden werd de logopedie stop gezet vanuit het gedeelde inzicht dat mijn grens
    Beluisteren van muziek
    Naast de logopedie was voor mij het beluisteren van muziek een andere invalshoek voor de revalidatie Vooral in de beginfase hadden mijn belangrijkste euforische momenten te maken met het beluisteren van muziek. De laatste jaren voor de implantatie kon ik niet echt meer genieten van muziek: er ging teveel van verloren en wat overbleef stoorde in te grote mate het spraakverstaan. Ik liet muziek dus grotendeels achterwege. Intussen had ik gelezen of gehoord dat het waarnemen van hoge tonen een belangrijke rol speelt in het spraakverstaan. Op zoek naar een manier om mij specifiek te concentreren op het waarnemen van hoge tonen probeerde ik dit uit met een vioolconcert van Mozart. De veelheid van kleine nuances die ik toen opnieuw kon waarnemen was een ware revelatie: naar mijn gevoel had ik dit nooit gehoord of toch zeker niet meer de laatste 15 jaar. Muziek beluisteren werd bijgevolg vrij vlug een vast onderdeel van het trainingsprogramma dat ik wilde volgen, met als motivatie dat het beluisteren van wisselende variaties en kleine nuances in de muziek ook wel zou helpen als basis voor het onderscheiden van letters.
    Daarnaast inspireerde ook de taalontwikkeling van kinderen mij om zoveel mogelijk het ervaren van lust als leidraad te nemen: plezier aan het ervaren van onverwachte wendingen in het klankenspel kreeg voorrang. Ik ging ook spelen met klanken die ik zelf kon produceren, eerst was dat vooral fluiten, later ook neuriën. Het was een oefenterrein dat altijd beschikbaar was en vooral als ik alleen was. Maar het fluiten had aanvankelijk ook wel iets van 'fluiten in het donker' als een middel om de stilte te verdrijven en mezelf te voeden met nieuwe en hervonden maar vooral aangename klanken.
    Zo kon ik het noodzakelijke, maar saaiere wilsmatig oefenen van de onderscheiden klinkers en medeklinkers zonder veel schuldgevoelens op een lager pitje zetten. En onlangs las ik in de krant dat mensen die een beroerte hadden ( en dus ook hun hersenen opnieuw moesten activeren) opmerkelijk beter herstellen als ze dagelijks muziek beluisteren.
    Hoewel ik geen muzikale opleiding genoot en nooit echt muzikaal geweest ben blijf ik spontaan gemotiveerd om weer muziek te beluisteren: nieuwe dingen ontdekken en oude herontdekken. Het gevarieerde en aangename ritme van de klanken die binnenkomen lijken ook een bron van nieuwe energie aan te boren door mijn 'innerlijke snaren' te bespelen. In de auto, met uitzondering van de autostrade, kan ik opnieuw met plezier muziek beluisteren. De keuze van de muziek is wel belangrijk: mijn voorkeur gaat naar klassieke muziek met een beperkt aantal instrumenten of orkestmuziek met een duidelijke solist. Orkestmuziek op TV gaat beter, dan kan ik ook visueel het afwisselen en samenspel van verschillende instrumenten waarnemen. Zang is moeilijker, vooral populaire liedjes met te zware begeleiding. Melodietjes herkennen, zelfs van gekende liedjes, blijft moeilijk. Hoewel ik echt van muziek kan genieten ben ik er mij van bewust dat de klanken die ik waarneem beperkter zijn dan wat normaal horenden waarnemen. Bij het beluisteren van muziek is het kunnen gebruiken van mijn twee hoorapparaten wel een belangrijk pluspunt. Er is dan meer reliëf in de muziek: een solist komt dan duidelijker op de voorgrond. Ook met CI alleen is de muziek zeker genietbaar, maar toch iets vlakker. Intussen blijf ik verrast dat een zo beperkt restgehoor in mijn niet geïmplanteerde oor nog zo'n groot verschil kan maken. Tot zover de muzikale invalshoek.
    Spraakverstaan
    Naast die muzikale invalshoek ben ik ook op zoek gegaan naar manieren om mijn spraakverstaan te verbeteren zonder afhankelijk te zijn van anderen. De meest voor de hand liggende manier was TV beluisteren met of zonder ondertiteling. Het nieuws beluisteren (spreker in vooraanzicht) kon vrij vlug zonder ondertiteling. Praatprogramma's, quizzen en dergelijke blijven ook nu nog moeilijk. Ook bij TV-series ontsnapt er mij nog teveel zonder ondertiteling. Een eerste poging om in de stadsbibliotheek te zoeken naar gesproken boeken leverde niets bruikbaars op: er is weinig voorradig en wat er is, is teveel geïnspireerd op luisterspel zodat het klankenspel op de achtergrond het spraakverstaan in de weg staat. Ik ben ook op zoek geweest via internet en vond onder 'radioboeken' een verzameling kortverhalen (ongeveer 25') van bekende schrijvers, door henzelf voorgelezen. Dit ging min of meer maar bleef toch erg moeizaam, oa door de snelheid van het voorlezen en het soms teveel spelen met intonatie. De lengte van de verhalen was wel ideaal, maar er waren belangrijke verschillen in verstaanbaarheid tussen de verschillende auteurs. Op zich is dit nochtans een mooie kans om te kunnen oefenen met verschillende stemmen. Maar ik stopte dus met de radioboeken. Enkele maanden geleden suggereerde iemand me eens te rade te gaan bij een blindenbibliotheek. (http://vlbb.bib.vlaanderen.be) Dit is een zeer toffe ervaring geworden. Het uitlenen en terugsturen van de CD's verloopt via de post en is volledig gratis. Het beluisteren via de computer vereist het installeren van het gratis te downloaden DAISY TPB systeem. Vooral handig is de mogelijkheid om de snelheid van de spraak is te regelen. Het is verhelderend te ervaren hoe iets tragere spraak zoveel duidelijker kan zijn. Het volume kan via de computer of via de luidsprekers geregeld worden en er kan vlot per zin en per bladzijde worden teruggespoeld. Vooral in het begin van elk hoofdstuk heb ik het vaak nodig om terug te spoelen om de schets van de context voldoende te begrijpen. Deze manier van luisteren helpt ook om te wennen aan verschillende stemmen en bovendien merk je dat je ook spontaan went aan een stem en beter gaat verstaan door je langere tijd op dezelfde stem te kunnen concentreren. Belangrijk voor mij, is dat je op die manier volledig zelfstandig kan oefenen en zonder dat het niet verstaan vervelende en frustrerende sociale gevolgen heeft, wat we zo vaak meemaken. Deze gesproken boeken zijn wat mij betreft een warm aanbevolen oefenterrein om minstens af en toe eens naar terug te grijpen, als een middel om de conditie van horen en luisteren op peil te houden en aan te scherpen. Dit is alleszins één van mijn goede voornemens. Wij zijn immers zozeer getraind in het betrekken van omgevingsfactoren, om het vaak beperkte spraak-verstaan aan te vullen, zodat de aanwezige mogelijkheden van het pure luisteren waarschijnlijk niet ten volle benut worden. Ik vermoed ook dat dergelijk luisteren een positieve invloed kan hebben op onze manier van denken en vooral een grotere concentratie ten goede komt.
    Tot hier een overzicht van mijn revalidatieproces voor wat betreft het horen en luisteren. Daarnaast blijft er het proces om ingesteld te blijven op het innemen van een betere en meer autonome plaats in de eigen sociale context. Ook dit lijkt mij een belangrijk aspect van revalidatie. Dit heeft te maken heeft met het verleggen van grenzen en het ontdekken en aanvaarden van nieuwe grenzen. De onvermijdelijke frustraties die we hierbij oplopen mogen ons echter niet teveel afremmen in het zoeken naar en het vormgeven aan een haalbare omgeving afgestemd op onze specifieke noden en nieuwe mogelijkheden.
    Winstpunten
    Mijn spraakverstaan is in belangrijke mate verbeterd maar vereist nog een gunstige omgeving, vooral met beperking van storend achtergrondgeluid. Het mondbeeld blijft belangrijk. In café of restaurant en tijdens familiebijeenkomsten blijven mijn beperkingen frustrerend. Ik kan wel opnieuw deelnemen aan een vergadering, op voorwaarde dat mensen om beurten praten en niet luidop lachen tussendoor. De pauzes tijdens bijeenkomsten blijven zeer moeilijk al kan ik nu met één of twee personen toch een beperkt gesprek voeren. Ook in de auto kan ik opnieuw een beperkt gesprek voeren. Met mijn CI kan ik ook opnieuw voldoende telefoneren via de vaste telefoonlijn, al blijft het moeilijk herkennen van stemmen hierbij een hinderpaal. Met mijn GSM kan ik telefoneren via een soort ringleiding. Ik vertoon echter nog steeds vermijdingsgedrag tegenover de telefoon en zou daar eens werk van moeten maken.
    Ik heb ook 't gevoel nog steeds vorderingen te kunnen maken en ervaar dit het duidelijkst bij het luisteren naar muziek dat steeds aangenamer wordt. Intussen blijf ik proberen de goede dingen te koesteren en vooral wakker genoeg te blijven om de nieuwe dingen tenminste op te merken en naar waarde te schatten."

    Germaine Croux (geschreven door haar echtgenoot Rik Thomas)
    Mijn echtgenote, Germaine Croux is 79 en leed al meer dan 35 jaar aan 'Tinnitus' (oorsuizingen). Aanvankelijk was de hardhorigheid beperkt en kon ze geholpen worden met traditionele hoorapparaten. Maar het gehoorverlies bleef progressief toenemen en vrij onverwachts werd zij getroffen door quasi volledige doofheid. Bij een eerst consultatie bij de NKO-arts, jaren geleden, werd nog gezegd dat ze niet in aanmerking kwam een cochleaire inplant. Ook de oorsuizingen waren niet te verhelpen en Germaine consulteerde vruchteloos zelfs buitenlandse specialisten. Lid zijnde van een zangkoor, moest zij haar hobby opgeven en fietsen durfde zij eveneens niet meer. De radio beluisteren werd uiteraard onmogelijk en TV programma's kon zij enkel volgen via de ondertiteling, als deze er waren! Meer en meer zonderde zij zich af en volgde vaak lusteloos de televisiebeelden. Voor haar omgeving werd het een zware opgave en steeds moest er iemand in de buurt zijn voor bijstand. Kleinkinderen en familieleden hadden weinig boodschap aan haar omdat niemand met haar nog kon communiceren. Kerst, Nieuwjaar en verjaardagen, ooit gezellige gebeurtenissen, werden pijnlijke dagen omdat zij de wensen en gedichtjes van kinderen, kleinkinderen en familie niet meer kon horen. Ook voor mij als echtgenoot was het niet makkelijk. Steeds moest ik een bord en vilstift of papier en schrijfgerief bij de hand hebben om te communiceren. De radio stond haast nooit meer op. Voor externe contacten, kroop ik achter de computer en zocht ik de mogelijkheden van internet uit. Eén goede kant was er. Ik kon haast niet meer van huis, pluisde in stamboomgegevens en andere archieven. Ik zette mij aan het schrijven. Puttend uit archief en ervaringen schreef ik twee dikke boeken.
    De kinderen, die erg met ons begaan zijn, hoorden over de wetenschappelijke vorderingen bij gehoorproblemen en zochten opnieuw contact op met Prof. Offeciers. Onverwacht kregen wij op 5 oktober 2005 van hem een email waarin hij schrijft dat een CI nu op elke leeftijd kan als beiderzijds een doofheid is in het binnenoor. In de tekst wees hij ook nog op een aantal andere noodzaken bij de patiënt, maar besloot met de voor ons hoopvolle conclusie… "Dit gegeven hangt samen met de biologische leeftijd van de kandidaat, eerder dan met de kalenderleeftijd…." Om een lang verhaal kort te maken, op dinsdag 18 april 2006 werd mijn vrouw geopereerd en precies een maand later volgden de eerste testen met het cochleair implantaat. Woensdag 24 mei zullen wij in ons verdere leven nooit meer vergeten. Zij kon onmiddellijk de dagen van de week navertellen. De daaropvolgende week werden de programma's verfijnd en aangepast en konden wij, zoals lang geleden, opnieuw met elkaar praten. Als kinderen met een Sinterklaas geschenk, zijn wij die woensdag uit Antwerpen vertrokken en rechtstreeks naar haar oudste zus in Genk gereden. Deze was kort voordien negentig jaar geworden en al meerdere jaren had mijn vrouw haar zus niet meer horen praten. Gelukkiger dan ooit zijn wij die avond thuis gekomen.
    Uiteraard biedt het CI niet 'alle' mogelijkheden en moet in de navolgende weken nog meermaals de spraakprocessor worden aangepast. En ook de omgeving moet zich opnieuw aanpassen.. Als een gevolg van vroeger sprak ik veel te luid en moest ik er op letten opnieuw zachter te praten. Anderzijds gaan 'gesprekspartners' er van uit dat Germaine opnieuw hoort, zonder te letten op de snelheid waarmee zij hun klanken en woorden debiteren. Daarom ook is de logopedische revalidatie bij het Centrum voor Taal en Spraakstoornissen zo belangrijk. Vertrekkend van allerlei geluiden, klanken en woorden wordt er gewezen op tal van aanleerbare technieken om terug normaal te kunnen horen. In een relatief korte tijdspanne heeft zij toch grote vorderingen gemaakt. Bovendien zijn de jarenlange oorsuizingen na de operatie en het invoeren van het CI volledig verdwenen. Soms is er in de voorbije maanden nog wel eens duizeligheid geweest, maar na aangepaste medicatie verdween deze telkens.
    Voor het eerst heeft zij er in toegestemd om naar de Kerstviering van de plaatselijke Ziekenzorg afdeling te gaan. Nu zij opnieuw vrienden en kennissen kon te woord staan, herwon zij ook haar zelfvertrouwen. En merkwaardig, zij heeft tijdens de misviering vorige week zelfs geprobeerd om enkele Kerstliederen uit haar vroegere tijd 'mee te zingen'. Heel precies ging dit natuurlijk niet, maar ik dacht bij me zelf, zo een cochleair implantaat is werkelijk een wetenschappelijke zege voor onze zware gehoorgestoorden. En wat mij vooral verheugde… "Met Kerstmis" zegde zij, "wil ik dit jaar thuis ook opnieuw kerstliedjes zingen".

    Hanneke Verkade
    (61 j) vertelt in het Nederlandse Tijdschrift van de Vereniging voor Slechthorenden, "Horen"( jaargang 33, nr 3, mei/juni 2005) haar ervaringen sinds haar implantatie 7 jaar geledenen. Een wereld vol nieuwe geluiden ging voor haar open. Voor het eerst sinds 30 jaar kon zij haar voetstappen en de stem van haar man weer horen. De CI gaf haar alleszins veel levensblijheid terug. .......Het volledige interview is te downloaden als een pdf-file door te dubbelklikken op: "Ik heb een tweede leven gekregen".

    Conny Kapitein is een veertigjarige vrouw uit Prinsenbeek, nabij Breda (Nederland) die slechthorend werd op achtharige leeftijd omwille van chronische middenoorproblemen. Zij heeft steeds het reguliere (gewone) onderwijs gevolgd en kreeg op dertienjarige leeftijd haar eerste hoorapparaat. Haar gehoorverlies nam langzaam toe en op 18-jarige leeftijd kreeg zij ook een tweede hoorapparaat aangepast. Chronische middenoorproblemen met loopoor zorgen ervoor dat zij zelden haar hoorapparaten kon dragen. Daarom werd in 1999 besloten om rechts een botverankerd hoorapparaat (BAHA genoemd) te plaatsen. Dit gaf oorspronkelijk vrij goede resultaten. Maar de problemen aan het linkeroor werden steeds erger: loopoor, ontstekingen aan trommelvlies en middenoor, oorsuizen en duizeligheid. Tal van operaties brachten geen verbetering aan het licht. Ook het gehoorvermogen rechts begon opnieuw toe te nemen, zodat zij ook met de BAHA nog maar beperkt spraak kon waarnemen. Op 3 november 2003 kreeg zij uiteindelijk een cochleaire inplant die op 12 december voor het eerst werd aangesloten. Het revalideren is nu begonnen. Het is een vrouw die op hoorvlak al heel wat heeft meegemaakt, maar die de moed niet heeft verloren.
    Al haar ervaringen tot aan de inplant heeft zij neergeschreven in een boek onder de titel "Van horend naar doof". Je kan al haar ervaringen met BAHA en haar eerste ervaringen met CI lezen op haar website http://www.connykapitein.nl Ook het boek kan via deze website besteld worden. Zij wil binnenkort een tweede boek schrijven over haar ervaringen met de Cochleaire Inplant.

    Het verhaal van Yvonne werd uitzonden in november 2003 in de reeks "Vinger aan de Pols" door de AVRO op Nederland 2. Op hun website vonden wij volgend verhaal:
    Yvonne werd van de één op de andere dag doof als gevolg van een hersenvliesontsteking. 32 jaar lang kon ze helemaal niets meer horen. Dit was voor Yvonne een ramp. "Muziek bijvoorbeeld was mijn leven. Ik speelde fluit en zong in een koor. Het heeft dan ook zeker vijf tot tien jaar geduurd voordat ik er aan gewend was dat ik doof was en dat ik er mee kon leven." Op dertien juni werd Yvonne geopereerd voor een cochleair implantaat. Simpel gezegd is dit een binnenoorprothese die door directe elektrische prikkeling van de gehoorzenuw totaal dove mensen kan laten horen. Op 19 augustus was haar aansluiting en proeffitting.
    Yvonne kan zich die dag nog goed herinneren. Na de aansluiting ging ze met haar coach Carola even een kopje koffie gaan drinken voordat de eerste oefeningen gedaan zouden worden. "We hadden wat broodjes meegenomen voor bij de koffie. Carola scheurde de zak open en dat geluid! Ik vroeg of dat geluid wat ik hoorde het scheuren van een zak was. En ik heb daarna de zak nog een paar keer in reepjes gescheurd, puur voor het geluid. En het geluid van een lepeltje in een kopje. En toen ik af ging rekenen en de munten op de toonbank legde, dat geluid. Ik heb gevraagd of ik nog een paar keer munten op de toonbank mocht leggen, prachtig! En de reacties ook toen bij het afrekenen, mensen reageerden zo leuk omdat je zelf zo enthousiast was."Er waren ook geluiden waar ze toch een beetje bang voor was. "Toen ik na de fitting naar huis moest rijden, heb ik 'm even afgedaan. Want die geluiden van het verkeer vond ik heel eng. En het is ook een ander geluid dan het geluid wat ik in mijn herinnering heb. Het is nu meer een soort van gezoem geworden. En ik schrok ook toen ik het geluid van naaldhakken hoorde. "Dat is toch niet van deze tijd, naaldhakken", dacht ik toen.
    Yvonne woont tien minuten rijden van het strand. Ze gaat dan ook regelmatig met haar hond naar het strand. Toen zij geluiden op kon vangen, ging ze diezelfde dag ook naar het strand om het geluid van de zee te horen. Maar dat viel haar heel erg tegen, ze herkende het niet. En ze had ook voor het eerst haar eigen stem gehoord, en die vond ze lelijk klinken en ze vertelt dat ze somber naar haar auto liep.
    Een van de mooiste momenten voor Yvonne na haar CI was toen ze met haar zoon in de huiskamer zat. Bas zat voetbal te kijken en Yvonne zat met haar rug naar hem toe achter de computer. Yvonne moest niezen en haar zoon reageerde door "gezondheid" te zeggen. "Dank je", zei ik, en ik draaide me naar hem toe, want ik realiseerde me dat ik hem gehoord had. En hij realiseerde dat ook, want hij lachte van oor tot oor. Dat was zo'n mooi moment, ik heb zitten huilen. Dat heb ik nu nog wel eens, dat ik van puur genoegen kan huilen om dat soort dingen."
    Het benoemen van geluiden gaat nog niet helemaal goed. Het blaffen van de hond kan ze niet onderscheiden van het schuiven van een stoel. "Ik heb moeten leren hoe een auto klinkt, en dat dit een ander geluid is dan een brommer. Sommige geluiden kan ik wel weer heel duidelijk herkennen. Ik hoor bijvoorbeeld wel heel goed het water koken." Yvonne vroeg haar arts of zij ooit weer muziek kon luisteren, weer kon zingen of fluit spelen. De arts stond daar wat sceptisch tegenover. Maar Yvonne zette toch door. Zij kreeg de cd-speler van haar oudste zoon en is de verschillende cd's gaan beluisteren. "Vogelgeluiden: prachtig. Eerst hoorde ik alleen maar vogels, maar nu weet ik hoe een koolmeesje, duif, lijster klinkt bijvoorbeeld."
    En zo is Yvonne nu ook weer naar muziek aan het luisteren en probeert ze de verschillende instrumenten te onderscheiden. Want muziek was en bleef haar passie. Zo is ze, na 10 jaar doof zijn, toch weer fluit gaan spelen: Ik probeer dan het geluid te voelen. Ook toen werkte ik met verstandelijk gehandicapten en die luisterden wel eens naar mijn spel. Een van hen zei: Je moet nog meer oefenen. Ik speelde vals, maar ja dat hoorde ik zelf niet."
    Na de CI is haar zus voor haar piano gaan spelen, en Yvonne herkende de liedjes weer. Ook haar broer speelde gitaar voor haar en ook toen herkende ze de liedjes. "Dat waren emotionele momenten. Mijn broer en zus waren er behoorlijk door geraakt."
    Wat Yvonne ook als prettig ervaart is dat ze haar naam weer terug heeft. "Als dove wordt je toch vaak als klein kind behandeld. Je wordt niet eens bij je eigen naam genoemd. Na mijn CI stond ik in de keuken, en mijn broer zat in de huiskamer. We zagen elkaar niet en hij riep mij. En dat is zo'n goed gevoel; je naam weer te horen. Ik heb mijn naam weer terug!"
    De CI heeft nog meer bijkomstige foefjes. Wanneer Yvonne in een restaurant zit bijvoorbeeld, heeft ze een microfoontje dat ze aan haar processor aan kan sluiten waardoor alle "omgevingsgeluiden" soort van wegvallen en zij zich zo kan focussen op degene met wie ze praat. Zo is er ook een speciaal apparaatje wat ze op haar processor aansluit als ze moet telefoneren (het apparaatje zit aan telefoon en kan worden aangesloten op de processor) Ook dat apparaat zorgt ervoor dat omgevingsgeluiden wegvallen en de focus komt te liggen op het geluid uit de hoorn.
    Vorige week is Yvonne voor onderzoek in het ziekenhuis geweest. Uit allerlei oefeningen bleek dat ze weer voor 69 procent kon horen. "69 procent, dat is toch veel. Van 0 naar 69 procent en ik ben nog niet eens klaar met oefenen/leren."
    Kortom: voor Yvonne is haar cochleair implantaat een uitkomst!

    Het volledige verhaal van Yvonne vind je terug op http://www.gezondheidsplein.nl/gp/gp.php?type=patientverhaal&id=287

    Carla is een 35 jarige vrouw uit St.Truiden (België). Alhoewel zij doof was van bij de geboorte en ook haar echtgenoot doof is, heeft zij in oktober 2002 gekozen voor een cochleaire inplant en dit vooral om makkelijker te kunnen communiceren met haar drie horende kinderen. Ik heb een gehoorverlies van 120 decibels rechts en aan mijn linkeroor ongeveer 90 dB.Ik heb steeds een hoorapparaat gedragen aan mijn linkeroor en ik hoor wel van alles met dat hoorapparaat.Maar ik wil nog graag meer horen en daarom stond mijn hoorapparaat altijd heel hard.Voor mij was dat nog niet genoeg.Iedereen moest stil zijn ofwel moest het tv geluid harder gezet worden om alles te kunnen verstaan. Mijn vriendin heeft al een cochleaire implantatie ondergegaan en zij is heel tevreden en hoor nu bijna alles.Tja,ik wou dat ook ervaren!
    Begin maart 2002 heb ik eerste afspraak gemaakt met Dr.Govaerts in AZ St-Augustinus Wilrijk(Antwerpen). Wij waren aan het praten over een cochleaire implantatie.De dokter was wel verwonderd dat ik zo goed sprak,beter dan andere doven.Maar iedereen is verschillend. Verder audiologische en medisch onderzoek wees erop dat ik in aanmerking kwam voor een cochleaire inplant.
    21 oktober 2002 was het zover: om 6 uur s'morgens opstaan en mij klaar maken voor vertrek naar de operatiezaal om 7 uur.Rond de middag ben ik terug op mijn kamer,ik sliep wel veel het was nog van de verdoving.Ik moest blijven liggen tot woensdagmorgen.Ik leek wel op een moslimvrouw met zo een dikke hoofdverband!Mijn kinderen komen op bezoek en die waren zo bezorgd om mij. Gelukkig maar dat ik niet veel pijn had aan mijn oor.Ik kreeg ook veel steun van mijn man,Ronald.Donderdag heeft de dokter foto gemaakt van mijn hoofd en alles was ok dan mocht ik vrijdag naar huis.
    19 november was de grote dag voor mij want dan is het de eerste maal dat ik het toestelletje met zendspoel en microfoontje krijg. (zie afb.)
    Ik ben echt zo benieuwd of ik wel iets zal kunnen horen. Ik zette het op en in het begin hoorde ik niets en daarna voel ik wel iets raar en dat schijnt geluid te zijn.Het is maar het eerste programma en dat moet heel stilletjes zijn om te wennen aan geluid.In dat kastje zitten 4 verschillende programma's,dat moet ik om de twee dagen veranderen van programma.
    Ik moet nu elke week naar Antwerpen gaan voor fittingen.(19-26nov en 4 dec).Dat wil zeggen dat dat apparaatje elke week(gedurende 4 weken)van programma moet veranderen:hoger zetten of iets aanpassen.Ik hoor nu veel beter,tenminste toch beter dan met mijn andere hoorapparaat,fantatische!Ik moet ook nog elke week naar de logopedie om nieuwe geluiden te leren kennen.Veel oefenen....
    24 sept 2003: Nu bijna 10 maanden later.Ik ben heel tevreden,ik ben nu al goed vooruit gegaan...alles gaat goed met mij maar telefoneren heb ik nog altijd niet geprobeerd,het moet nog komen...
    Het volledige verhaal van Carla kun je terugvinden op haar website
    http://users.pandora.be/caronisa/carla/cochleaire implantatie/cochleaire_implantatie.htm

    Anneke Meijer is bijna 20 jaar uit Hijum, Friesland (Nederland) en is slechthorend van haar derde. In februari 2002 werd zij plotseling doof en op 17 september '02 kreeg zij een cochleaire implantatie. Zij schrijft het volgende: "Zes weken na de operatie, op 25 oktober 2002 was dan de spannende dag: de aansluiting. Mijn verwachtingen waren niet zo hoog. Natuurlijk hoopte ik dat ik er iets mee kon horen. Dat kon ik, maar het geluid was zeer onaangenaam. Dit komt vooral omdat het geluid via een CI heel anders klinkt dan het geluid via een hoorapparaat of het geluid via een normaal gehoor.
    Mijn hersenen moesten in het begin erg wennen aan het nieuwe systeem van geluid waarnemen. Dat wennen viel niet echt mee. Het is ontzettend zwaar en erg vermoeiend.
    Al snel na de aansluiting begon de intensieve revalidatie. Ik moest 3 weken lang 2 dagen achter elkaar revalideren samen met nog een revalidatiepaar. Mijn vader ging mee als co-therapeut. In het begin kon ik echt geen onderscheid maken tussen de geluiden. Na enkele afregelingen van de CI ging het langzaam iets beter. Na 1 maand kreeg ik een totaal nieuw programma in de CI en daarmee kon ik toen eindelijk verschil tussen geluiden waarnemen.
    Na de intensieve revalidatie ben ik doorgegaan met de hoortrainingen bij een logopediste waar ik nu nog wekelijks steeds heen ga. Het gaat al redelijk goed. Pas geleden werd mij gevraagd of ik buiten de vogels ook hoorde fluiten. Ik verwacht van het fluiten echt van dat hele hoge schelle gefluit, dus ik zei ‘nee, ik hoor het niet’. ‘Ho, wacht eens’ zei ik later. Ik hoor wel apart ‘tsjip tsjup’. En ja, dat bleek dus het gesjirp van de vogels te zijn. Wat was ik blij. Ik kon me maar niet herinneren dat ik ooit vogels gehoord heb.
    Het luisteren naar muziek doe ik nu ook regelmatig. De muziek klinkt niet zo heel mooi als ik eigenlijk gewend ben. Vroeger hoorde en voelde ik vooral de bass van de muziek, maar met CI hoor ik die bass niet meer. Doordat muziek zoveel verschillende klanken heeft en de CI niet alles kan opvangen krijg ik dus niet de volledige klanken door en is de muziek een heel apart geluid. Bij de hoortrainingen oefenen we inmiddels met klanken en woorden verstaan zonder spraakafzien. Met behulp van zinnen die voor mij liggen lukt het wel aardig, maar als er iets onverwachts wordt gezegd kan ik het niet verstaan.
    Nu een half jaar later kan ik toch zeggen dat het de moeite waard is geweest hoewel ik toch nog problemen heb met duizeligheid. Graag wil ik anderen die graag weer zouden willen horen aanraden om een Cochleair Implantaat te nemen. Een operatie is natuurlijk nooit leuk en de revalidatie is zwaar. Maar wat is nou een half jaar op een mensenleven?" Maar een half jaar na de implantatie kwamen er complicaties (duizeligheid werd erger) waardoor nog twee operaties nodig bleken te zijn. Zo werd het evenwichtsorgaan verwijderd en werd een nieuw implantaat geplaatst. Op dit ogenblik is Anneke herstellende van deze laatste operatie. Wil je haar ervaringen lezen surf dan naar haar website http://members.lycos.nl/ameijer1984

    Gelukkig is Anneke zeer goed hersteld en op 5 november 2005 verscheen er een artikel van Anneke in de Leeuwarder Courant, waarin het vooral gaat over haar schoolse opleiding tot verpleegkundige. Wil je het artikel lezen, klik dan op deze zin.

    Ruud van Hardeveld uit het Nederlandse Beek gaf ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan van het CI-team van Maastricht een opmerkelijke toepsraak over zijn ervaringen met zijn cochleaire inplant en over zijn engagement in het vernigingsleven van CI-gebruikers (NVVS en Euro-CIU). Zijn hele toespraak kun je hier downloaden.




    Annelies Kusters een 22-jarige studente Antropologie aan de Universiteit van Leuven (België) ontving op 21 november 2005 de Graeme Cark Cochlear Scholarship. Ter gelegenheid hiervan verscheen er van haar een artikel in 'Het Belang van Limburg' op 12/13 november 2005. Het verschenen artikel kun je als pdf-file hier downloaden.


    Louise Lesire heeft als 18 jarige het gewone secundaire onderwijs met succes beëindigd. Louise draagt twee cochleaire implantaten. Hierover verscheen in augustus 2008 een artikel in 'De Gazet van Antwerpen'. Het verschenen artikel kun je hier downloaden.


    Roos Pinxten hs een 53 jarige dove vrouw uit het Nederland Limburgse Linne die, alhoewel zij doof is van bij de geboorte bilateraal geïmplanteerd werd: in 2006 aan haar eerste oor en in 2008 aan haar ander oor. Roos Pinxten houdt er een heel gedetailleerde website op na, met tal van informatie rond selectie, operatie en revalidatie . Zelfs een videofragment van de revalidatie na de tweede implantatie is er te bekijken. Echt de moeite waard. Kijk maar eens op: http://cochlearimplantaat.come2me.nl

    Terug naar boven van de pagina